Wens

door buikberg

Klokken luiden in de nacht

Donkere doffe slagen

En ik ben zo ver van huis

In de donkere dagen

Regenmantel, hou me warm

In sneeuw en regenvlagen

Laat me nu het licht maar zien

In mijn donkere dagen

 

En ik loop de straten door

In de stilte van de avond

En ik zie de mensen die

Zitten in hun kamer

Televisielicht dat schijnt

Voor doven en voor dwazen

Misschien is dat wel het licht

In hun donkere dagen

 

Oude mensen zeggen mij

Jij hebt niet te klagen,

Jij hebt nooit de kou gekend

Van de oorlogsjaren

Nee jij kent niet het verdriet

Van zovele graven

Weet dat het zo erg niet is

Al jouw donkere dagen

 

Voor de schipper ver van huis

Ver weg van de haven

Voor de vrouw die slapen wil

En niet meer zal slapen

Voor de vreemdeling die wacht

Tot iemand hem komt halen

Hoop ik dat het licht zal zijn

In hun donkere dagen

 

(Lieven Tavernier, uit ‘Wind en rook’)

Advertenties