Tingels

door buikberg

“Nittels” noemden ze bij ons, “brandnetels” in het schoon vlaams, “Urtica Dioica” voor de geleerde mensen. Hier blijken het “tingels” te zijn (zo leerden we van een buurjongentje), en ge kunt er u aan “tingelen” (klinkt toch mooi ?)

“ge moet er speeksel op doen” zei ons moeder
“ge moet er azijn aan doen” zei ons moeder
“ge moet eraf blijven” zei ons vader
“ge moet er weegbree op wrijven” zei de natuurgids
“ge moet ze van onder naar boven strelen, vastpakken en uittrekken” zei boer Wim
“ge moet ze kapot sproeien” zeiden de mensen
“ge kunt dat vetkruid pellen, kijk, zo, en daar plakkerkes van maken. ’t is daarom dat dat hier staat, laat dat hier maar staan” zei boer Pol
“voelde gij da nog ? Ge zijt nog jong en teer he !” zei het oud boerke. “Ik voel dat al lang niet meer.” En om te bewijzen dat dit niet alleen maar stoere taal was, begon hij met blote handen grote bussels brandnetels uit te trekken.

… enkele jaren later …
(meneer Buikberg tegen mevrouw Buikberg)
“Zeg, als jij tegen een netel komt, voel jij dat dan nog ?”
“euh, nee, eigenlijk niet, dat kietelt zo even een beetje, maar is ook direct weer weg”
“Weet je nog … Seynaeve … toen we die grenspalen aan het zoeken waren …”
“zou dat dan toch echt zijn ?”

Het wereldwijde web, bron van alle boekskeswijsheid weet bijzonder weinig te vertellen over “immuun tegen brandnetel” (`bedoelde u “brandnetel is immuun tegen”`)
– Is het veelvuldig in aanraking komen dat uiteindelijk voor immuniteit zorgt ?
– Is het de leeftijd die ons ongevoelig maakt ?
– Is het psychologisch, weten dat immuniteit bestaat en kan, die het pijngevoel doet verdwijnen ?

Een huis-tuin-en-keuken-experiment drong zich op om de wetenschappelijke verklaring te vinden.
Gegeven: 1 onschuldige kinderhand
Gevraagd: wat gebeurt er bij aanraking met Urtica Dioica ?
Vaststellingen: Een bereidwillig proefkonijn (met twee propere handjes) meldde zich spontaan aan. Dit konijn werd op voorhand niet ingelicht over het verloop of bedoeling van het experiment. De proefpersoon werd in de laboratoriumopstelling (verder ‘moestuin’ genoemd) opgesteld (verder ‘spelen’ genoemd).
(blablabla)
Als ze tegen een netel komt: trekt ze weg. Schrikt niet echt. Weent niet. Krabt niet of doet geen teken dat er nadien nog iets aan haar handje is. Met wat fantasie zijn er een beetje rode stipjes te zien, die na een paar minuten weer verdwenenn zijn.

Stelling: ’t zijn allemaal gedachten !

(Ik ben benieuwd als ze, eens ze naar school gaat en daar iemand hoort janken en kermen “ik heb mij getingeld”; of het dan _plots_ wel pijn gaat doen; dit zou het pas helemaal bewijzen) Maar ondertussen mag ze spelen, en moeten de ouders zich (hierover toch) weeral geen zorgen maken.

Advertenties