het ervaringsgerichte kind

door buikberg

Ze speelt met schroevendraaiers, vijsjes en rondellekes. Ze geeft u graag met armen en voeten een uiteenzetting over de werking van eender welk wonder der mechaniek. ‘Dan zo draaien, hier, en datte zo, en bwrrrrrr, en dan allemaal hooi! Voor de koetjes’
Ze wou nog eens naar het museum. Omdat ze museum niet enkel met schilderijen zou associeren, gingen we naar het MIAT (ook omdat Vake daar al lang eens naar toe wou). Stoomgedreven machines, schoon gemaakt, mechanische weefgetouwen,  drukpersen, … zij en Vake zouden daar uren kunnen naar kijken en zoeken waarvoor dit of dat hendeltje die dat staafje dan verplaatste die dat wieltje dan draaide … dan wel dienden.


Bovendien was het “erfgoeddag”: musea deden die dag een extraatje. De bijdrage van het MIAT bleek zich te beperken tot ‘gratis toegang’ (niet dat we daarover klagen, het was mooi meegenomen).

De lift bracht ons naar de 5e verdieping: ‘industrieel erfgoed’. Weefgetouwen met onbegrijpelijk veel draadjes en plankjes. Maarrrr, hier was een iets verschillend met andere ontdekkingstochten: het vreselijke bordje. “Verboden aan te raken”. Ook Vake kon niet uitleggen hoe dat machien werkte. Had er maar een -desnoods zwaar vereenvoudigde- replica-constructie naast gestaan waar je wel aan de staafjes en hendeltjes kon en mocht bewegen, we zouden iets geleerd hebben, zij zou het geweldig gevonden hebben, Vake zou het interessant gevonden hebben. Ze zou er nog maanden over verteld hebben. We zouden eindeloos thuis zelf van weefgetouw gespeeld hebben. We zouden het een geweldig museum gevonden hebben en nog vele keren terugkomen. Maar we stapten wat verder en begrepen als volwassenen wel dat niet iedereen aan de oude fragiele houten constructie mocht rammelen.


In de volgende ruimte zagen we de gietijzeren machienen, mastodonten van meerdere tonnen per stuk. Uit de tijd toen machines nog mooi waren, en ongegeneerd een kilootje meer mochten zijn. Ook deze olifanten die hun leven gesleten hadden op een daverende fabrieksvloer, meermaals zichzelf uit elkaar gerammeld hebben, konden er volgens het bordje niet tegen dat er nog eens een half toertje aan een wieltje gedraaid werd. Het paradepaardje van de zaal was ene ‘Mule Jenny’ (bekend vanuit de geschiedenisboekskes).  De pop van een kruipend kind erbij deed onze kleuter veronderstellen dat daar iets interessants onderaan dat machien te zien was (kijken, niet aankomen …)


Plots stond hij daar: de meneer-met-de-pet. Die verborgen in zijn zetel achter een pilaar ons wellicht al langer aan het bespieden was. “Dat dat niet mocht (omdat ze zich zou kunnen pijn doen met al die scherpe dingen als ze zou vallen)” En zich tot haar richtend: “gaat gij maar een beetje met die plastieken stoelekes gaan spelen”
Te verbijsterd om hem te antwoorden, zijn we de rest van het museum aan een vrij snel tempo doorgestapt. Mij ge-ergerd aan machines die wel blinken, maar waar er een bout van ontbreekt. Aan buizenradio’s waar een moderne geluidsinstallatie in gepropt is. Aan de zaal met drukpersen, die je enkel vanop een verhoogje kan bekijken. Aan een
museum, dat vooral investeert in glas om de collectie af te schermen, en in een overdaad aan tv-schermpjes (filmpjes kijken kan ik thuis ook). Aan de volgende meneer-met-de-klak die ons snel kwam zeggen dat ze _nergens_ mocht aankomen, toen ze mij nog maar vroeg ‘wat-dat-nu ? Dat van hout gemaken ?’

En we zijn in een restaurantje Indisch/Nepalees gaan eten (lassi met mango gedronken (met rietje). Spinazie wel beetje piekepiek). En we hebben doedelzakken gehoord, gevolgd, gezocht en gezien. Wat Linde het leukst vond in het museum? ‘Lift’. Daar mocht je in gaan, op de knopjes duwen en het werkte nog ook. (deurtje open, instappen, ting, deurtje toe, naarboven !)

En Vake: die begrijpt de wereld niet, waarom meneren op een zetel zitten te slapen als ze met een overal en een oliespuit hun machinepark zouden kunnen onderhouden. Vake maakt zich zorgen over ‘leren’, over ‘school’. We willen graag zoveel weten en bijleren. Maar mag dat nog ?
Jammer van de mooie voorraad oud ijzer die het museum heeft kunnen verroveren. Hoewel oppervlakkig vrij van roest gehouden, roest de ziel ervan steeds verder en verder weg.

Advertenties