Waarom is dit fruit niet populairder ?

door buikberg

Maandagmorgen, 31 december.

We moeten mogen nog een dessertje voor vanavond verzinnen. Niet te zwaar (want de tegenpartij heeft al overvloedig room en chocolade gebruikt); visueel aantrekkelijk (want er zijn meer kindjes dan grote mensen); lekker (aja) en als het kan niet te veel werk (de rest van het eten die avond is ook kant-en-klaar uit pakskes)

“We gaan naar Delhaize, en kopen daar van alle soorten ‘raar fruit’ 1 stuk”. Linde ging mee en hielp kiezen.

We begonnen ’s avonds met de Tamarillo: een langwerpig ei, geelrood, zag er relatief ‘veilig’ uit om mee te beginnen. Binnenin zaten vrij grote zwarte pitten (‘zou je die mogen opeten ?’) in een oranje slijm en oranje vruchtvlees. Zo zag hij er al veel minder smakelijk uit. De smaak viel nog meer tegen: bitter, helemaal niet zoet, totaal het tegengestelde van wat je van een stuk tropisch fruit zou verwachten. Wikipedia leert ons dat het om een tomatenras gaat – dan is de smaak al heel wat begrijpelijker.

 

Dan maar de Ramboutans aansnijden. De stekelige lichi’s zagen er vanbinnen net zo uit als we ons voorgesteld hadden: inderdaad familie van de lichi. Qua smaak: niet slecht, maar minder zoet, en eigenijk minder lekker dan hun bekende broertjes.

 

De Pithaya: alvast de hoofdprijs voor ‘er speciaal uitzien’, zowel vanbuiten als vanbinnen. Helaas bleek het schoonheid zonder inhoud te zijn: de pitjes deden wat aan kiwi denken, de textuur aan watermeloen, de geur aan iets van groenten. Maar eigenlijk smaakte het bijzonder flauw. Naar niets. Pithaya blijkt een cactusvrucht te zijn (vandaar dat water), en de passende bijnaam ‘drakenfruit’ te hebben.

Verder zijn we op oudjaar niet geraakt (er waren ook nog de lekkere desserts …). Jammer, want nu moesten we de rest thuis alleen opeten:

 

Cherimoya: minder ‘flashy’ dan de pithaya, zag deze er uiterlijk ook op zijn minst interessant uit: blutsen, een drake-ei, of een attribuut uit Harry-Potter-films. Vanbinnen zat een dikke witte creme met grote zwarte pitten. De pitten waren van die grootte dat ze verondersteld werden niet opgegeten te worden; dus die hebben we er uitgepeuterd. En de rest met een lepeltje uitgelepeld. De geur/smaak was even wennen, (deed me ergens aan een soort baby-billen-creme denken) maar uiteindelijk wel lekker. Iets waarvan je, als je er een paar gegeten hebt, wel zou kunnen van genieten.

 

Grenadillo: daarvan dacht ik: ‘dat is een granaatappel, we snijden dat open en dat zit vol met knalrode pitjes en smaakt een beetje naar grenadine’. Ik weet niet van waar ik dat beeld gehaald heb, want het zat inderdaad vol met pitjes, maar voor de rest leek het vooral op passievrucht. Blekere pitjes, een iets ander aroma, maar vooral veel meer inhoud (wat ik altijd een nadeel vond aan passievruchten). Veruit de lekkerste van het experiment.

 

 

 

Advertenties