Buikberg

het verhaal van een boerderij en haar bewoners

Categorie: goudbrakel

Lentekriebels

Ook hier zijn de lentekriebels aanbeland. Zonder jas buiten kunnen, de fiets weer kunnen uithalen; moest het niet nog maar 15 januari zijn, het was tijd voor de lenteschreeuw ;-).

Onze kiekes waren er nog veel eerder bij (alweer 4 weken aan de leg, dus van toen er nog sneeuw lag). Met 3 intussen grote en 2 kleine hanen werd het echter wat te vol/druk/jaloers in het kippenhok, dus hebben we ‘zilverbrakel2’ maar ineens gefileerd (hij moest het blijkbaar ontgelden bij Hypoliet, aan zijn regelmatig bebloede veren te zien). Meneer goudbrakel krijgt nog even wat respijt, als ze het onderling kunnen vinden mogen ze allebei blijven, dan kunnen we met twee rassen verder kweken. Gehandicaptje en ‘piep’ (het broedsel van mevrouw barberie, ook een zilverbrakelhaantje) moeten eerst nog wat verdikken en groeien ;-).
De nieuwe fruitbomen hebben hun basissnoei gekregen. De oudere moeten ook nog eens onderhanden genomen worden maar daarvoor hebben we al een ladder nodig (fijn natuurlijk :-)). En de bessenstruiken, maar daarvoor moet ik eerst mijn velt-boekje daarover terug zoeken op zolder.
De bloembollen die al weken lagen te wachten zijn eindelijk de grond in geraakt, hopelijk nog net op tijd om het echte voorjaar te kleuren.

En verder worden er veel plannen gesmeed voor het herinrichten van alle bergruimtes en stallingen, de kelder, voor een definitieve oplossing voor de omheining van de weien. Dromen van veel tijd en energie mag toch, nee?

En hoe zit het met de buikbergbeestjes?

Blijkbaar zijn berichten over beestjes wel populair, zeker als er fotootjes bij staan ;-). ’t Is al lang geleden dat we nog iets vertelden over de beestjes op de Buikberg, dus hoe zit het daar nu eigenlijk mee?

Onze koeien zijn boos. Ja, echt boos. De twee jaarling stiertjes (die binnenkort tot biefstuk verwerkt worden, ze zijn volledig verkocht geraakt – in kwartieren wel te verstaan) moesten immers gescheiden worden van de mama’s om incest te voorkomen. En daar waren ze geen van allen mee gediend. De stiertjes zijn dus een keer door de stroomdraad gekropen (au), de koeien hebben het boomgaardpoortje een paar keer open gebeukt, enzovoort. Maar nu lijkt het dan toch gelukt om ze apart te houden. Binnen een goede maand hebben we dus nog over: Arwen en Eowyn, en de kleintjes Ulmo en Nessa (die trouwens bijzonder goed groeien, heel speels en nieuwsgierig zijn en een beetje minder bang beginnen worden van ons).

Intussen hebben we ook terug twee schaapjes, en dinsdagavond wordt onze nieuwe ram met de limousine tot op de buikberg gebracht. We hebben eens Ardense Voskoppen gekocht, omdat het toch een zeldzamere soort is dan de Zwartblessen en ook heel mooi. Maar jong, wat zijn die beestjes schuw! Je moet nog maar eens passen in hun richting zetten of ze spurten al weg tot in de verste uithoek van de boomgaard. Ze zullen nooit door het geopende poortje lopen. Ze lopen al niet meer weg van elke auto die op straat voorbij rijdt, gelukkig. En ze sluiten zich graag aan bij de kudde koeien, wat hen verbaasde blikken van die kant oplevert (‘meuh, wat denk je wel, stom schaap’). Tekenend voor de andere drukte op de Buikberg is dat we het nog steeds niet definitief eens zijn over hun namen. De mama noemt Clara voor mij, maar dochterke en meneer ram, daar moeten we het nog eens over hebben. Ze kennen mevrouw Buikberg intussen al een beetje als ze om de paar dagen eens wat korrels op de plateau legt, maar ze hebben nog geen honger genoeg om direct op het voer aan te vallen, ze wachten rustig af tot we uit het zicht zijn. Dat zal in de winter hopelijk wel veranderen en dan moeten we echt wel hun vertrouwen kunnen winnen. En meneer ram is blijkbaar een eitje, dus hopelijk neemt hij de dames op sleeptouw. Wordt vervolgd…

Dan resten er nog de kippetjes. Hypoliet en Eufrazie kregen na het wildevreetbeestjesverhaal het gezelschap van de overgebleven kiekskes in het kippenhok: nog twee goudbrakelhaantjes (waaronder gehandicaptje die zijn pootjes brak toen ze nog in het konijnehok zaten en die schots en scheef weer aan elkaar gegroeid zijn – ik schaam me er nog voor, maar een kiekske met gespalkte pootjes zou ook niet lang geleefd hebben hou ik me maar voor), een goudbrakelkippetje, een zilverbrakelhaantje en -kippetje. Het viertal dat vrij mocht rondlopen had echter serieuze ontsnappingsneigingen, ik ben ze een keer in het kippenhok van de buurman 50 meter verder kunnen gaan halen. Toen ze, ondanks geknipt te zijn en alle spleetjes in de omheining goed dicht gestopt, weer een dag in de mais naast de boomgaard gekampeerd hebben was de maat vol (het zit daar vol met wilde dieren, weggelopen konijnen enzo :-)) en nu hebben ze huisarrest tot ze groot genoeg zijn om niet meer door de draad te kruipen – maar tegen dan zijn de haantjes waarschijnlijk rijp voor de pot… De kippetjes mogen normaal gezien blijven en mee eitjes leggen, we moeten alleen nog eens nakijken of incest bij kippen veel kwaad kan (want zilverbrakelkippetje is natuurlijk de volle dochter van Hypoliet en Eufrazie, ook al beseffen ze het geen van allemaal).

En twee weken geleden hadden we nog goed nieuws op kippenvlak: voor de vierde keer dit jaar was eend Barbara aan het broeden geslagen, en voor de eerste keer met succes! Voordien gaf ze het te snel op, of werden haar eieren gejat, of vergat ze er een paar bij het omdraaien die dan afkoelden, enz. Nu hoorden we ineens gepiep van onder haar vlerken, en we hebben er twee zilverbrakelkuikentjes bij (want uit de eende-eieren komt logischerwijze niets zonder meneer eend, maar gelukkig legt Eufrazie ook regelmatig wat eieren in hetzelfde nest). Voorlopig laten we de kuikentjes nog maar even bij haar, ze is zo’n beschermende mama en dan hoeven we niet te investeren in de rode lamp. Ze lopen al wat rond en zitten ook heel vaak schattig op haar rug (ik bedenk me net dat ik er de laatste dagen maar eentje meer gezien of gehoord heb, we zullen eens wat dichter moeten gaan kijken).

Edit: er is er blijkbaar maar eentje meer, het andere zal misschien door de alomtegenwoordige knaagbeestjes verschalkt zijn…

Op het wild na (vooral veel muizen en spinnen in huis de laatste tijd ;-)) is dat alles momenteel. In het voorjaar hopen we nog te starten met een nieuwe mama en papa konijn, en liefst een ‘echt’ ras deze keer, de ‘Vlaamse blauwen’ (Blauwe van Ham, Blauwe van Dendermonde, enz) spreken ons erg aan maar voedsters zijn niet zo gemakkelijk te vinden. Het woord varken spreek ik hier niet uit, want de diepvries zit nog megavol ermee en dan denkt meneer buikberg toch weer aan biggetjes die meestal zeer talrijk komen en toch ook verzorgd moeten worden. En momenteel hebben we onze handen nog vol met achter jongejuffrouw aan te zitten, en dat zal er niet echt op beteren :-).

(haar stoel hoort dus 1,5m meer naar links te staan…)

Carnivoor

We zitten met een carnivoor. Niet erg, was het niet dat dat beestje onze bijna-kiekskes een voor een als viergangenmaaltijd gebruikt. Bij het eerste slachtoffer moesten we nog denken wie of wat de oorzaak zou kunnen zijn: Een rat die op het voer afkomt en in paniek ook maar even een kiekske de strot af bijt? Een kat die door de tralies een beetje wil ‘spelen’? Pikten ze elkaar zelf dood, door plaatsgebrek misschien? Bij het tweede slachtoffer konden we de rat uitsluiten (het rattenvergif blijft onaangeroerd en er was toen geen voer in het hok), de kat lijkt ook onwaarschijnlijk, en verder is er geen pikschade te zien. We maakten de tralies die boven op de ren ligt extra toe: het beestje moest nu toch wel heel goed zoeken naar nog een gat. Mis van ons, want het heeft voor het derde slachtoffer gewoon een gangetje onder het muurtje gegraven (de vloer van het varkenshok is dan wel van baksteen, er boven op ligt een dikke laag stro en pas daarop de stenen van de ren). We gaan dus een ander onderkomen moeten zoeken, misschien verhuizen ze wel naar het oude konijnenhok (veel kleiner, maar wel veilig). En binnen een paar dagen mogen ze dan toch uit logeren. Ondanks de schade zijn we nu wel heel erg nieuwsgierig naar de identiteit van dit bloeddorstige beestje: een wezel, een marter, wat leeft er hier zo nog in deze streek aan kleine roofdieren? ’t Is best wel een moedig beestje, want onze kiekskes zijn eigenlijk al behoorlijk groot.