Buikberg

het verhaal van een boerderij en haar bewoners

Categorie: brego

Vleesch

’t Was plezant. ’t Was leerrijk. ’t Was bij momenten heel druk en hard werken.’t Was minder kg dan we gedacht hadden (‘maar die beesten hebben geen postuur hé jong!’). Brego klokte af op 173kg karkas, Elboron 160kg. Toch goed voor ongeveer 27kg rundsvlees per kwartier.

En ’t is lekker, niet zo subliem als we misschien gedroomd hadden (beestjes nog net iets te jong?), maar wel gewoon lekker.

Bedankt Ivan om onze beestjes vakkundig in diepvriesklare porties te versnijden met alle uitleg die we vroegen en de verhalen over de goeie oude tijd en analyses van onze (vlees)wereld vandaag.

Respect en minachting

<waarschuwing voor gevoelige lezers: volgend stukje gaat over het slachten van runderen, maar eigenlijk nog meer over mensen>

Vanmorgen was het zover: om 7u30 zouden Brego en Elboron opgehaald worden om naar het slachthuis te gaan. Omdat we 2 stiertjes niet zelf kunnen vervoeren, hadden we via-via een vervoerder geregeld. Alles stond klaar, en iets na acht kwam meneer de voerman aan. Zijn propere kleren en voorkomen deden ons al vermoeden dat het geen boer was. Maar goed, koetjes bekeken (“zijn dat heel aggresieve ?”) kar voor de staldeur geparkeerd, met een stevig betonnet een gangetje geïmproviseerd, deur open en dan maar hopen dat ze net als hun vader Faramir rustig de kar opwandelen als daar wat hooi ligt. Maar dat was buiten de voerman gerekend. Van zodra de staldeur openging en beide neefjes schoorvoetend een stapje buiten zetten, haalde deze een stok tevoorschijn, en begon op de beesten te slaan en ze te steken. Wat een kieken!! Direct een pak hooi en beide madammen Buikberg erbij gehaald, om alsnog over te gaan tot de ‘gewone’ manier van meelokken. (’t Was eigenlijk al om zeep, maar ja …) Wij afwisselend bij de koetjes met wat hooi en af en toe wat zachthandig meetrekken of een duwtje geven, meneer voerman nam de taak op zich om het betonnet recht te houden en veilig van buitenaf toe te kijken. Ergens was het een heel grappig zicht: meneer en mevrouw Buikberg, en zelfs Linde die zonder probleem mee in de kooi van de gehoornde wilde beesten stappen, terwijl de professionele veevervoerder toekijkt achter een stevig hek. Na drie kwartier sukkelen dan toch beide sloebers op de kar gekregen, en kunnen vertrekken richting Kluisbergen. (voor de vervoerder: diepe minachting. Les geleerd: volgende keer een andere en een betere …)

“Willem gaat mee naar het slachthuis” Na het inlaad-tafereel zal onze voerman daar al niet meer vreemd van opgekeken hebben, en heimelijk wellicht tevreden dat hij niet die beesten uit de kar moest halen.  Maar eerst moesten we nog voorbij de dierenarts die een onderzoek van de levende dieren moest uitvoeren. Dit ‘onderzoek’ (uiteraard ‘ter bescherming van de volksgezondheid’) bleef beperkt tot het vanop 10 meter afstand bekijken van de kar. Heel misschien heeft hij door een kier iets bruins zien bewegen binnenin. Maar nu zijn we toch zeker dat onze jaarlijkse financiële bijdrage aan de werking van het voedselagentschap goed besteed is. (federaal voedselagentschap: minachting)

Zoals afgesproken, kregen we voorrang op de rest en mochten de stiertjes direct na aankomst van de kar, zodat ze zo snel mogelijk konden geslacht worden, zonder extra stress. Onze sloebers van de kar krijgen was zo mogelijk nog moeilijker dan ze erop krijgen, wat wil je in een totaal nieuwe omgeving. Al was er voor ons en het slachthuis geen haast bij. Mee op de kar, bij onze gastjes, en weer met hooi, zacht duw- en trekwerk hen proberen voorwaarts te bewegen. En de vervoerder stond dubbel beschermd achter een betonnen muurtje en een metalen plaat toe te kijken, zijn matrak had hij al maar in de wagen gelaten. Na ons kwam er een handelaar (type vieze-vent) aan die “un kolf” meehad, en misnoegd was over het feit dat hij op ons moest wachten om “da te lossn”. Dus nam hij maar achter hetzelfde betonnen muurtje veilig plaats om het schouwspel gade te slaan. Na anderhalve minuut duurde het hem toch wel echt te lang, grijnzde “zal kik wel `elpn”. Dit keer was het meneer Buikberg die lijkbleek werd toen hij en zijn koe vanover het muurtje besprongen werden met een electroshock-toestel. Gelukkig had hij bij de eerste knetterende aanval geen prijs, en hij werd dringend verzocht zijn ding maar weer weg te bergen. Nog een minuut later was het de beurt aan meneer Buikberg voor een (zeldzaam) agressief moment. De vieze-vent had  nu een zweep bovengehaald en sloeg er Brego mee. “Gij, gij gaat van mijn beest blijven” Deze manier van communicatie werd blijkbaar wel begrepen en hij droop af om zijn beurt af te wachten. (diepe, diepe minachting)

Deel 3: in het slachthuis.

Dan sta je daar, met je koe aan een koord, in een propere witte ruimte, waar de vloer nog gauw even gekuisd wordt.

Het slachthuis(je) achter beenhouwerij Vandewalle in Kluisbergen was echt zoals we gedroomd hadden. Hier rustige mensen, geen haast, en gezond verstand. Geen lawaai, geen fabriek. Drie mannen die hard werken en goed zijn in wat ze doen. “Hoe oud zijn ze ? Dronk hij nog bij zijn moeder ?”   Duidelijk iemand met verstand van beesten. Het hek dat tijdelijk een kooi rond Brego vormt wordt gesloten, al het gerief voor net na het doden wordt netjes op een vaste plaats gelegd. Het pistool wordt geladen, en met een accuraatheid waaruit jaren ervaring blijkt, wordt 1 schot afgevuurd. Direct dood, zonder stress, zonder lijden, met respect voor het dier.

Daarna gaat het pijlsnel: het hek open, ketting rond de achterpoten, omhoog takelen en de keel oversnijden. Het bloed gutst eruit, het dier is dood. Verder is het slachthuis een goed geoliede machine waar het karkas verschillende keren op en neer getakeld wordt om het vel eraf te halen, ingewanden te verwijderen, …

En zo blijf je dan verder kijken en veel vragen stellen: waarom je de nieren niet meekrijgt, wat er met het vel gebeurt, hoe het versnijden gaat gebeuren, of je kloten kan eten, … Weer veel bijgeleerd vanmorgen, maar vooral heel veel respect voor de oude slachter die goedkeurend naar de lever kijkt en over gezonde voeding en geen bemesting van de weide begint.

Als de takel alles in de koelcel gehangen heeft, neem ik afscheid. Terwijl ik de deur uitwandel klinkt het volgende schot. Het “kolf” is ook dood. Ik ben heel erg tevreden dat ik meegeweest ben.

Vrijdag (als we dan nog puf hebben na een middag hard meewerken) het vervolg van het verhaal.

hoe steek je een koe in de diepvries ?

Hoe steek je een varken in de diepvries?
Zeer eenvoudig: in 3 stappen:
1) deurtje open
2) zwijn erin
3) deurtje toe
 
Hoe steek je een koe in de diepvries ?
1) deurtje open
2) zwijn eruit
3) koe erin
4) deurtje toe
(flauw raadseltje …)
 

‘En wat heb je dan zoal ?’ vragen ze.

Wel, indien je niets van ‘bereidingen’ maakt, kan het niet beter uitgelegd worden dan in dit citaat: (klik voor een grotere, leesbare versie)

(uit het prachtige boek “Vlees & Wijn”, Willem Asaert fotografie Frank Croes, Lannoo. Het boek is in 4 ‘kwartieren’ opgedeeld: rund,kalf,varken en schaap en bevat telkens basisinfo zoals hierboven, recepten, info over rassen en verhalen van gepassioneerde kwekers)

En hoe zit het met de buikbergbeestjes?

Blijkbaar zijn berichten over beestjes wel populair, zeker als er fotootjes bij staan ;-). ’t Is al lang geleden dat we nog iets vertelden over de beestjes op de Buikberg, dus hoe zit het daar nu eigenlijk mee?

Onze koeien zijn boos. Ja, echt boos. De twee jaarling stiertjes (die binnenkort tot biefstuk verwerkt worden, ze zijn volledig verkocht geraakt – in kwartieren wel te verstaan) moesten immers gescheiden worden van de mama’s om incest te voorkomen. En daar waren ze geen van allen mee gediend. De stiertjes zijn dus een keer door de stroomdraad gekropen (au), de koeien hebben het boomgaardpoortje een paar keer open gebeukt, enzovoort. Maar nu lijkt het dan toch gelukt om ze apart te houden. Binnen een goede maand hebben we dus nog over: Arwen en Eowyn, en de kleintjes Ulmo en Nessa (die trouwens bijzonder goed groeien, heel speels en nieuwsgierig zijn en een beetje minder bang beginnen worden van ons).

Intussen hebben we ook terug twee schaapjes, en dinsdagavond wordt onze nieuwe ram met de limousine tot op de buikberg gebracht. We hebben eens Ardense Voskoppen gekocht, omdat het toch een zeldzamere soort is dan de Zwartblessen en ook heel mooi. Maar jong, wat zijn die beestjes schuw! Je moet nog maar eens passen in hun richting zetten of ze spurten al weg tot in de verste uithoek van de boomgaard. Ze zullen nooit door het geopende poortje lopen. Ze lopen al niet meer weg van elke auto die op straat voorbij rijdt, gelukkig. En ze sluiten zich graag aan bij de kudde koeien, wat hen verbaasde blikken van die kant oplevert (‘meuh, wat denk je wel, stom schaap’). Tekenend voor de andere drukte op de Buikberg is dat we het nog steeds niet definitief eens zijn over hun namen. De mama noemt Clara voor mij, maar dochterke en meneer ram, daar moeten we het nog eens over hebben. Ze kennen mevrouw Buikberg intussen al een beetje als ze om de paar dagen eens wat korrels op de plateau legt, maar ze hebben nog geen honger genoeg om direct op het voer aan te vallen, ze wachten rustig af tot we uit het zicht zijn. Dat zal in de winter hopelijk wel veranderen en dan moeten we echt wel hun vertrouwen kunnen winnen. En meneer ram is blijkbaar een eitje, dus hopelijk neemt hij de dames op sleeptouw. Wordt vervolgd…

Dan resten er nog de kippetjes. Hypoliet en Eufrazie kregen na het wildevreetbeestjesverhaal het gezelschap van de overgebleven kiekskes in het kippenhok: nog twee goudbrakelhaantjes (waaronder gehandicaptje die zijn pootjes brak toen ze nog in het konijnehok zaten en die schots en scheef weer aan elkaar gegroeid zijn – ik schaam me er nog voor, maar een kiekske met gespalkte pootjes zou ook niet lang geleefd hebben hou ik me maar voor), een goudbrakelkippetje, een zilverbrakelhaantje en -kippetje. Het viertal dat vrij mocht rondlopen had echter serieuze ontsnappingsneigingen, ik ben ze een keer in het kippenhok van de buurman 50 meter verder kunnen gaan halen. Toen ze, ondanks geknipt te zijn en alle spleetjes in de omheining goed dicht gestopt, weer een dag in de mais naast de boomgaard gekampeerd hebben was de maat vol (het zit daar vol met wilde dieren, weggelopen konijnen enzo :-)) en nu hebben ze huisarrest tot ze groot genoeg zijn om niet meer door de draad te kruipen – maar tegen dan zijn de haantjes waarschijnlijk rijp voor de pot… De kippetjes mogen normaal gezien blijven en mee eitjes leggen, we moeten alleen nog eens nakijken of incest bij kippen veel kwaad kan (want zilverbrakelkippetje is natuurlijk de volle dochter van Hypoliet en Eufrazie, ook al beseffen ze het geen van allemaal).

En twee weken geleden hadden we nog goed nieuws op kippenvlak: voor de vierde keer dit jaar was eend Barbara aan het broeden geslagen, en voor de eerste keer met succes! Voordien gaf ze het te snel op, of werden haar eieren gejat, of vergat ze er een paar bij het omdraaien die dan afkoelden, enz. Nu hoorden we ineens gepiep van onder haar vlerken, en we hebben er twee zilverbrakelkuikentjes bij (want uit de eende-eieren komt logischerwijze niets zonder meneer eend, maar gelukkig legt Eufrazie ook regelmatig wat eieren in hetzelfde nest). Voorlopig laten we de kuikentjes nog maar even bij haar, ze is zo’n beschermende mama en dan hoeven we niet te investeren in de rode lamp. Ze lopen al wat rond en zitten ook heel vaak schattig op haar rug (ik bedenk me net dat ik er de laatste dagen maar eentje meer gezien of gehoord heb, we zullen eens wat dichter moeten gaan kijken).

Edit: er is er blijkbaar maar eentje meer, het andere zal misschien door de alomtegenwoordige knaagbeestjes verschalkt zijn…

Op het wild na (vooral veel muizen en spinnen in huis de laatste tijd ;-)) is dat alles momenteel. In het voorjaar hopen we nog te starten met een nieuwe mama en papa konijn, en liefst een ‘echt’ ras deze keer, de ‘Vlaamse blauwen’ (Blauwe van Ham, Blauwe van Dendermonde, enz) spreken ons erg aan maar voedsters zijn niet zo gemakkelijk te vinden. Het woord varken spreek ik hier niet uit, want de diepvries zit nog megavol ermee en dan denkt meneer buikberg toch weer aan biggetjes die meestal zeer talrijk komen en toch ook verzorgd moeten worden. En momenteel hebben we onze handen nog vol met achter jongejuffrouw aan te zitten, en dat zal er niet echt op beteren :-).

(haar stoel hoort dus 1,5m meer naar links te staan…)

1 dag later …

Gisteren een broertje voor Elboron, vandaag een zusje voor Brego !

(en wat meneer buikberg er niet bij vertelt: hij was kersen aan het plukken en heeft zo zijn tweede bevalling van relatief dichtbij kunnen meemaken van op de ladder! Grote broer zorgt trouwens bijzonder goed voor zijn kleine zusje)

Jong geweld

Het is echt geestig hoe Brego en Elboron al direct speelkameraadjes geworden zijn. Hoewel Elboron zich wel op sleeptouw laat nemen door zijn grotere broer, nog geen 24u oud en hij was al mee ‘koerske’ aan het spelen (dat deed Brego toen nog niet hoor, die lag meestal te maffen!). De drie volwassenen liepen er wat hoofdschuddend achteraan en wisten zich duidelijk geen blijf met al dat jong huppelgeweld :-). We hopen vanavond eens een filmpje van onze rodeostiertjes te kunnen posten!

Mooiere foto’s

Je ziet duidelijk wie hier de betere fotograaf is met meer geduld 😉

kalfje2-001kalfje2-003

En een familieportret…
kalfje2-005

Na eerst enkel de ene kant van de uier gevonden te hebben, drinkt hij nu mooi aan beide kanten. En hij luistert nog niet zo flink naar de mama, ze heeft daarstraks 10 keer moeten loeien eer hij onder de platte kersenboom wou uitkomen ;-). Eowyns uier begint ook te zwellen, dus binnen een week of twee de volgende geboorte 🙂