Buikberg

het verhaal van een boerderij en haar bewoners

Categorie: Laura

De fotootjes zeggen genoeg: wij vinden het tof op deze wereld

img_4014
img_4020

img_4025
img_4039

img_4042
(ps: de half rechte is de wiebelkont-ontdekkingsreizigster, ze heeft nog geen 2 seconden stil gelegen :-))

Hier zijn we dan!

img_4004

img_4008

Zoals we hier voorspeld hadden, zijn bij ons vannacht de eerste drie lammetjes geboren! We beginnen goed te worden in het voorspellen van wie/wanneer/hoeveel, Laura is de eerste nieuwe moeder, het zijn twee ooitjes en een bokje, en ze heeft ze blijkbaar zonder problemen alle drie geaccepteerd. Ze zijn super nieuwsgierig en volgden mij al overal waar ik ging in plaats van hun mama 😉 Mieke en Marcel zijn even uit de boomgaard verwijderd om moeder en kinders wat rust te geven (hij was er wel erg lief tegen, maar tegen ons is hij dat absoluut niet dus als hij bij hen zit kunnen we niet tot bij haar voor de moederkorrels, die we toch altijd een tijdje geven, zeker bij een drieling, ook al is het waarschijnlijk niet nodig).
Vanaf dat Mieke ook lammert mag zij er dan bij in de ‘kraamwei’, en onze Marcel binnen een week of drie-vier als ze geen moederkorrels meer nodig hebben.
Op naar de volgende! (ik voorspel zondag of zo, en twee lammetjes :-))
We geven onze lammetjes altijd ‘oude Vlaamse namen’ (zijn al de revue gepasseerd: Rosa, Louise, Mieke, Julien, Louis, Marieke, Eugene, Bertha, …), dus inspiratie is altijd welkom!

(mooie foto’s komen straks nog, alle batterijtjes waren weer plat)

En nog meer blauwtong

De volgende die voor het virus aan de beurt kwam, was mama Laura. We waren het al wat gewoon: we waren er dus weer erg snel bij, de behandeling sloeg goed aan en het wit-gele kruis deed zijn werk. Laura bleek zot van (helende!) paardebloembladeren, dus die werden ‘en masse’ in de moestuin uitgedaan en gevoerd. Na twee behandelingen liep ze alweer rond (ze bleef nog wel een week of twee kreupel), maar ze kreeg voor de veiligheid toch een derde dosis. We leerden van de veearts hoe we die spuiten zelf kunnen zetten, zodat hij extra dosissen kon achter laten na een eerste check en hij niet telkens moest terugkomen (de man was compleet overwerkt en klopte serieuze overuren…).
Ongeveer tegelijkertijd leek onze grote stoere Hector niet helemaal in orde, maar bij hem waren de symptomen zeer vaag: niet echt veel slijmen, at nog goed, liep nog rond, speelde nog met Julien (ze zaten met twee in de boomgaard om geen incesttoestanden te krijgen: de ene krachtmeting volgde op de andere). Hij was gewoon heel loom en lui. Na enkele dagen toch maar de veearts erbij geroepen, en jawel: koorts. Dus ook voor hem inspuitingen, die we na de eerste keer zelf gaven. Hij bleef goed eten en vooral heel veel drinken (tegen zijn gewoonte, maar ook een duidelijk blauwtongsymptoom: veel meer dorst), maar rondlopen ging zeer moeilijk. Door zijn eetlust dachten we dat het dus wel in orde zou komen. Maar hij ging na drie dosissen nog steeds niet vooruit. Na een week was hij ’s morgens echter heel erg achteruit gegaan, hij lag met zijn kop op de grond (voordien zat hij nog recht), keek zeer vreemd uit zijn ogen. De veearts stelde de diagnose hersenvliesontsteking, en Hector verhuisde naar de eeuwige weides omdat hij zoveel afzag en er geen enkele kans op genezing was. Weer iets nieuws geleerd: bij de meeste schapen tast het blauwtongvirus ‘minder gevaarlijke’ slijmvliezen aan zoals de keel, neus en mond, maar het kan evengoed het hersenvlies, het hartzakje of nog iets anders zijn, en die laatste varianten zijn altijd dodelijk… Een snede achter het oor levert het bewijs van de hersenvliesontsteking. Nu is onze Hector weg… Ook al kwam hij heel veel ‘kopstoten’ tegen ons, we missen onze grote ram toch erg.