Buikberg

het verhaal van een boerderij en haar bewoners

Categorie: Omgeving

En toen was de zomervakantie alweer voorbij

Want enkel onze kleuter begint – ‘eindelijk bijna school!’ – aan haar laatste week, voor de rest in huis is het verhaaltje al lang uit.

Een zomervakantie waarin er niet één momentje tijd bleek te zijn voor een uitgeschreven blogbericht (wel voor tig mentale berichten en een massa foto’s ‘voor ooit een blogberichtje’).

Een zomer waarin ik mij regelmatig afvroeg: waar is de tijd?

De tijd dat we ‘mee’ waren in de moestuin en niet telkens weer de groenten tussen het onkruid moesten gaan zoeken, om daar ineens een hoop oogstklare exemplaren te ontdekken in het meest positieve scenario, of enkel exemplaren die nog bijna even petieterig zijn als toen ze werden uitgeplant in een minder positieve versie.

De tijd dat we niet continu moesten kiezen (en verliezen) tussen OF huis, OF huishouden, OF tuin, OF familie, OF werken aan oogst/baksels/lekker eten, OF eens met die langnietgeziene vrienden afspreken, OF een ontspannende zomaar-wandeling… (en aandacht voor de kindjes zet ik niet eens in het lijstje). Dat het nog allemaal min of meer tegelijk kon, zonder een berg frustraties achter te laten over wat niet kon.

De tijd dat je effectief meer uitgeslapen terugkwam na de vakantie dan voor je vertrok.

Dat op reis gaan nog was, doen wat wij zo graag doen (wandelen, wandelen, wandelen).

Dat de koeien en de schapen ons ook in de zomer dagelijks zagen in plaats van wekelijks.

Toch wat heimwee naar die tijd, wat weemoed, zo af en toe, een beetje.

Maar anderzijds is zomer nu ook zalig genieten van de meisjes (en hun vriendinnetjes, die zich niet vervelen maar uit zichzelf leuke activiteiten bedenken als modderprutsen, in koeienvlaaien trappen en konijnen wakker schreeuwen in hun hol).

Weer kampen bouwen bij de vleet, en pre-kamperen in de wei tijdens woeste onweders (met kleuter die er rustig doorslaapt).

img_9405

Schilderachtige plekjes bezoeken

img_9235

img_9245

img_9194

img_9318

En best vaak moeten uitleggen hoe dat dan gaat, kamperen met kleine kindjes – euh, gewoon?

img_9330

Meer dan ooit met baddekes water en badspeelgoedjes buiten zitten.

Kilo’s bessen invriezen om op een herfstige of winterse gure dag confituur van te maken (en deze keer eens verschillende soorten in plaats van ‘bessenconfituur’ tout court).

img_9413

Onze jongste tot een echte dierenvriend zien ontpoppen, die bij het buiten eten haar korstjes nog liever dan anders op de grond gooit zodat de kippen ze onder haar stoel komen oppikken (oh oh!).

Vlinders tellen en ons met de kindjes verbazen over hoeveel en hoeveel soorten er op een doordeweekse vakantiedag in de moestuin verblijven (we zagen trouwens ook een felgele vlinder in de wei, geen citroentje maar echt felgeel, iemand een idee wat dat zou kunnen zijn?).

Naar de capriolen van de twee nesten zwaluwen kijken, ravottende konijntjes spotten op het erf (en jammer genoeg ook weer in de moestuin, het is lang heel goed gegaan maar sinds kort wordt er weer serieus geknaagd door de langoren en woelmuizen).

img_9390

Een snoepspook in huis hebben – geleerd van de kindjes Onderdeappelboom trouwens 😉 – dat altijd als ik voorstel ‘zullen we iets bakken?’ onmiddellijk van de partij is.

img_9408

Kijken hoe bepaalde dingen in de moestuin amper tot niet groeien (tomaten? pompoenen en courgetten?) en dus ook vaststellen dat bepaalde groenten zomaar ineens oogstklaar zijn (worteltjes! raapjes! rode bietjes! boontjes! sla! warmoes!).

img_9420

’s Avonds gedag zwaaien aan onze huisvleermuis Edward (en Edward heeft soms een vriendje/vriendinnetje!) en geluk hebben dat het tijdens de Nacht van de Vleermuis-wandeling net niet regende.

’t Is dus niet dat we niet genieten hoor. En al die dingen van ‘vroeger, voor er kleine spoken waren’ zullen ooit wel terugkomen, daar zijn we ons wel van bewust. Als we op pensioen zijn ;-).

We zijn terug

… en het was gezellig.
We trokken dit jaar eindelijk naar Zuid-Engeland. Oorspronkelijk hadden we de streek van het ‘New Forest’ voor ogen, maar een foute gok (de kustroute die ons lekker rustig leek om te rijden bleek veel te traag vooruit te gaan, waardoor we op de planning een uur verloren), zijn we uiteindelijk gestrand in de ‘South Downs’. En dat was geen slechte gok :-).

Het lot was ons goed gezind, we vonden een fijne ecologische camping bij een ‘Duurzaamheidscentrum’, in een heel mooi kader: met groot bos, composttoilet, strobalenhuis-douches, water verwarmd door de zon, veel ambachtelijk houtwerk, permacultuur-moestuin, een ecologische jeugdherberg en een ‘natuurlijke begraafplaats’ midden in het bos (waar je als aandenken aan een overledene ook een vogelhuisje kon sponsoren, met naamplaatje).


Het ‘houten huis’ in het bos, waar oa. trouwrecepties, optredens en ‘duurzaamheidsklasjes’ doorgaan. Linde was er gek van, ze heeft er zelfs een middagdut willen doen maar dat is toch niet gelukt ;-). Haar slaapritueel van de laatste avond hebben we er wel gezellig gedaan.

Alleen jammer dat de camping ook veel ‘groepen vrienden/families die lekker kwamen bbq’en/kampvuren tot in de latere uurtjes met drukke kinderen’ aantrok – gelukkig was de bezetting buiten vrijdag en zaterdag veel rustiger. Engelsen blijken heel erg ‘weekend-kampeerders’ te zijn. En Nederlanders hebben we daar in de streek raar maar waar niet eens gezien – enkel één Vlaamse familie in een leuk Bokrijk-achtig park. Waar heel wat ambachtslui ‘zoals vroeger’ aan het werk waren (de smid, de molenaar), waar meneer Buikberg honderd foto’s trok met veel inspiratie voor houtwerk en gereedschap, waar we een ‘moderne’ hoefsmid moeilijke boerenpaarden zagen beslaan, en waar gelukkig ook heel leuke activiteiten voor kinderen waren. Linde toonde direct dat ze al het een en ander van bouwen en verbouwen kent ;-).

Heel mooie streek ook, ferm heuvelachtig, afwisselend bos, (enorme) akkers en weides, veel schapen, en een bouwkundig erfgoed dat door de mensen met veel zin voor authenticiteit bewaard lijkt te worden. Lekkere restaurantjes ook, en leuke boerenmarkten :-). En toegankelijke tuinen, maar meer naar ‘oud model’ zoals we in het openluchtmuseum zagen, de cottage-tuinen zeg maar.

Ook al was het kort, wij hebben genoten. De lege plek die we achterlaten zal weer vervagen, maar wij zullen dit reisje niet vergeten.

Peuter en moestuin / op het eerste zicht (maart)

Hoe beleeft een peuter de moestuin en alles wat daarbij hoort?

Linde leerde…

… dat kippen niet graag voetballen

… dat kippen niet komen als je ze roept omdat je een ‘lekkere worm’ voor hen gevonden hebt

Afbeelding

… dat je de babyblaadjes van pootpatatjes niet mag afdoen, ze moeten bij mama-patat blijven

Afbeelding

… dat patatjes planten zwaar werk is

… en dat je spruitjes niet zou kunnen planten?

… dat je meestal niet in de aarde mag stappen, maar als het is om een patatje in het middelste gaatje te doen dan weer wel

… dat je in de moestuin vuile handen krijgt

… dat er vele kleuren bloemetjes bestaan

Afbeelding

… dat zaadjes zaaien plezant is

… en dat je soms laaaang moet wachten eer er iets van je zaaisels te zien is.

Maar tot nu toe lijkt ze het allemaal wel leuk te vinden ;-).

Nog even de overzichtsbeelden van half maart: in de tuin/wei is er nog niet veel veranderd, je ziet gelukkig wel dat we in de moestuin hard aan het werk zijn :-).

Afbeelding

Afbeelding

Winterkind

Zo lang ik mij herinner

was ik een winterkind.

Ik leefde op als het koud werd,

haalde met veel plezier de wintergarderobe boven

(met de dikke wollen sokken met verre herinneringen),

genoot van zonnige en minder zonnige dagen.

In elk vriendjesalbum

(bij nader inzien facebook in de prehistorie)

lievelingsseizoen: winter.

Maar al weken het hunkeren naar

de eerste was buiten aan de lijn,

de sneeuwklokjes die uitbundig,

de versgeplante krokusjes (oranje!),

het fliederend gezang in de gecoupeerde struiken.

Waar is dat winterkind naar toe?

(5 jaar geleden waren dit 10 bolletjes…)

(en vier maanden geleden was dit een brandneteljungle :-))

Op het eerste zicht

Ja, een super leuk idee, en omdat we veel tuinveranderingen plannen dit jaar doen we graag mee!

Wij fotograferen dus de tuin op ongeveer de 15e van de maand – dit is januari.


De linkerkant van de toekomstige ‘tuin’.

(Getrokken vanuit het raam van een van de toekomstige slaapkamers :-)).

En de rechterkant van de tuin. Helemaal rechts onder op de foto komt ooit het grote terras aan het grote keukenraam…

En dan natuurlijk nog de moestuin – ook hier op zijn winters.

Vanuit de ene hoek…

En vanuit de andere hoek.

Dat het maar snel lente wordt zodat we aan de slag kunnen!

Vakantie

Het lijkt dan wel meer herfstvakantie dan kerstvakantie, maar toch bovenal: vakantie!

Op een ideaal uur wakker gemaakt worden door ons wekkertje (ze heeft ook nog wat te recupereren van de feestdagen, gelukkig).

Even spelen in pyama – ‘ni leedjes aan!’

Dan toch maar wel, want er is de belofte van een fietstochtje en dan in januari in pyama – zoveel redelijkheid heeft een tweejarige nog wel.

Ontbijt met pistoletjes van oma, ‘tontituu’, ook ‘manooo!’, yoghurt, melk. Juffrouw houdt gelukkig van gezond.

Nieuwjaarskaartjes eindelijk afwerken – met tekeningen, uiteraard.

En dan: naar buiten!

De kippen ontbijt brengen. De fiets van stal halen.

Naar de postbus, en de boerderijwinkel. Alwaar juffrouw weer niet mee naar huis te krijgen is wegens karretjes op kindermaat en een veel te leuke speelhoek.

Een beetje te veel wind naar haar zin op de terugweg (altijd op de terugweg), maar dan…

Een worm op de straat! En nog één! En een hele lange! En een babytje! (samen grote verwondering – daar doen we het voor). In onze eigen straat verder heel wat platgereden exemplaren gezien – dochter was er een beetje aangedaan van – ook al rijdt er maar een auto of vijf per dag doorheen, de schade was al aanzienlijk.

Dan deed peuter iets buiten met plassen, fietsjes, steentjes en torens ‘metsen’ (met een heel enthousiast verhaal tegen niemand en iedereen erbij).

Haar gadeslaan vanuit het keukenraam is het grootste genot – met de voordeur open om alarmerende stiltes tijdig te onderscheppen (dat betekent immers deugenieterij…).

Als het begint te regenen: even twijfel tussen regenpak aan of binnen spelen – gelukkig kiest ze toch voor het eerste. Als het begint te hagelen toch maar even schuilen in de deuropening: samen de hagel onderzoeken, een educatiefje over donkere wolken, naar het concert van de regen op de aluminium ladder gaan luisteren, en wachten op de belofte van weer zon.

Voor het eerst een beetje vooruit geraken op de oude trapdriewieler – ‘bravoo!’ – en even testen of de loopfiets nog steeds te groot is (jammer genoeg wel).

Dan reeds lang gepland maar nog niet gelukt: vogeltjeseten maken. Niet evident met een puberale peuter, die het liefst zelf de nootjes opeet, ook een ketting wil maken, de graantjes nogal onhandig van bakje naar bakje verhuist en de tafel en de vloer niet ontziet, ook elastiekjes er wil indoen, … Maar kijk, de vogeltjes kunnen nu dan toch ook eindeljk op de buikberg terecht om zich innerlijk te warmen.En peuter zit vol verwachting aan het raam te kijken of er al vogeltjes honger hebben.

En daarmee is mijn eerste goede voornemen van dit jaar ingezet: beter voor de diertjes, tuin en omgeving zorgen! (en ook het tweede: meer bloggen ;-)).

En dan peuter in dromenland, een moeke-muziekje op, een ‘oriental spice green’-thee en wat achterstallige lectuur. Meer moet dat echt niet zijn voor een op en top vakantiegevoel…

PS: Tot de ontdekking gekomen dat al mijn goede voornemens (en het zijn er veel) beginnen met ‘meer’ of ‘beter’. En vaak compleet contradictorisch zijn. Dat wordt nog plezant, 2012 :-).

Verwonderd (pas op, overpeinzingen)

Verbaasd. En misschien toch ook wel wat bezorgd.

Over het weer, wel te verstaan. Want elke dag weer komt de vraag: is dit nu nog normaal?

– Palen boren in de wei: grond is kurk, kurkdroog. Boren is dus geen lachtertje. De gestekte frambozen hebben al elke week een gietertje water gekregen. Het is november toch, hé? Dan is het toch nat? (en niet enkel mistig) Misschien is er tegen zaterdag wat regen voorspeld. Misschien.

– Onze koeien hebben nog twee ‘hoog-gras-weides’ ter hunner beschikking, waar ze nog wel een paar weken mee verder kunnen. Andere jaren moesten we nu zeker al bijvoederen met hooi omdat het gras zo kort stond. En ja, we hebben een (volwassen) dier minder rondlopen en ook een kalf minder. Maar het lijkt niet alleen bij ons zo te zijn, ook de melkkoeien van de buren-boeren lopen nog rustig buiten – en dat is echt wel uitzonderlijk.

– Elk weekend denken dat het de laatste kans is om iets in de moestuin te doen. Maar intussen lijkt het erop dat het to-do-lijstje ook hier een heel stuk afgerond zal geraken. Blijkbaar zijn er nog die dat met verbazing vaststellen. En plezier natuurlijk. Bijna alle bedden die de voorbije zomer niet gebruikt werden hebben een laag karton en mulch gekregen. De groenteresten die opgekuist konden worden zijn ongeveer opgekuist. De fruitstruikjes zijn gesnoeid en vermenigvuldigd (nog meer bamboosjes!). Er is zelfs weer een heel stuk strijd geleverd met de oprukkende brandnetels (zelfs het gras rond de moestuinbedden is ervan vergeven).

– We zijn eind november, maar de momenten dat we een paraplu of regenjas nodig hadden de voorbije weken zijn op één hand te tellen. En Linde heeft nu net zo’n geweldig hip regenpak-uit-een-stuk met sterretjes :-).

De herinnering aan twee jaar geleden doet soms vermoeden dat het toch niet zo uitzonderlijk is: het was toen ook nog weer om als hoogzwangere zonder extra jas naar het buitentoilet te gaan ;-). Maar bovenstaande zaken waren toen zeker niet het geval. Het was toen ook niet zo (lang) droog geweest volgens mij. Maar herinneringen bedriegen soms, al staan die van toen wel zwaar in het geheugen gegrift.
Binnen dit en twee weken werd het toen ijskoud, met sneeuw, veel sneeuw, zodat we een bijzonder rustige kraamtijd hadden met enkel bezoek van dicht uit de buurt.

Zou het nu ook? Zouden we dan toch die beloofde strenge winter krijgen?

Wie later een bos wil…

Moet boompjes planten!

En vermits grote bomen duur zijn, kwam meneer buikberg op het lumineuze idee om een hoop zeer goedkoop eenjarig bosplantgoed te kopen en dat hier rustig te laten uitgroeien tot jonge boompjes, om ze dan samen in het bos te kunnen planten. We hebben toch plek genoeg…

69 jonge staakjes gingen de grond in rondom de weides: winterlindes, robinia’s, eikjes, beukjes, haagbeuk, es, olm, tamme kastanjes, veldesdoorns, zilverpopulierkes (meneer buikberg denkt aan timmerhout, dat is duidelijk :-)), en ja, zelfs twee treurwilgskes (mevrouw buikberg is dus toch overstag gegaan, met het ultieme argument van meneer buikberg dat die kleine sprietjes nog geen plek innemen en dat als het tegenvalt eens ze groot zijn, we ze zo weer weg kunnen doen… was dit heel dom, heb ik mij laten vangen? ;-)). En toen had meneer buikberg er zelfs nog niet genoeg van, want hij wilde nog vlieren, meidoorns en hazelaars stekken. Dat wordt daar een bos, jong! 🙂

Mevrouw buikberg heeft intussen in het velt-handboekje opgezocht hoe ze al het kleinfruit volgens de regels van de kunst kan snoeien, want tot nu toe deden we maar wat omdat het toch elk jaar weer kapot ging. Maar nu we eindelijk een goeie standplaats gevonden hebben, rondom de moestuin, moeten we het wel een beetje professioneel aanpakken om zoveel kilo’s frambozen te hebben als de buurman :-).
Alleen, de ‘oude’ bessenstruikjes (rode en roze, en ze zijn echt oud, want stonden al in de moestuin toen we er de eerste keer kwamen) lijken helemaal kapot te zijn, ze zitten helemaal onder de korstmossen en rare oranjepaarse schimmelplekjes. De rode is echt dood, de takken braken bij aanraken af aan de basis. De roze heeft wel nog wat knopjes. Dus die is goed teruggesnoeid in de hoop dat hij opnieuw gaat groeien. Ook de grote vlier in hetzelfde hoekje van de moestuin zit volledig onder de korstmossen: kan dat kwaad, is dat een teken dat de struik niet meer zo gezond is, en wat doe je er dan aan?

En ik moet eerlijk zeggen dat ik de frambozen ongemoeid heb gelaten, de nieuwe bestaan uit 1 stokje zonder knoppen (vermoedelijk komen er daar nog grondscheuten uit de komende weken), en de oude bestaat uit een paar hele lage scheutjes met blaadjes. Ze zien er dus helemaal niet uit als die lange knoprijke takken van de buurman. Ik ga ze dit jaar eens goed in het oog houden en kijken wat er gebeurt.

En nog wat fotokes van de eerste bloeiers hier op de buikberg. Op de sneeuwklokjes na is er nog niet zo veel. Ik ga dus eens lijstjes beginnen maken van de vroege bloeiers die jullie allemaal melden. Maar wel een teken van de lente die op komst is: de rabarber schiet! (en de brandnetels ook… au die kleine blaadjes!).

En dit is een raar geval, geen idee wat het is, het groeit onder een rozenstruik op het binnenplein en bloeit schijnbaar het hele jaar door (of beter, de bloemen worden in de winter wel slap maar behouden hun kleur en vallen niet af). Het ziet er wat uit als zo’n stoffen nepplant maar het is toch echt een levend dingetje.

In de moestuin is het verder nog stil, hoewel de aarde al in veel betere toestand is dan een jaar geleden (zelfs al relatief droog). Dit werd getest bij het uitdoen van nog een deel aardappelen, waar we vorig jaar even geen tijd voor hadden, en toen begon het vroeg te vriezen. De oogst valt best mee, meer dan de helft ziet er nog goed eetbaar uit. Verder enkel nog spruiten, mini-savooien (aangevreten door de vogels en konijnen) en prei. En zonder serre is er verder nog niet veel te doen natuurlijk. Nog even geduld, nog even geduld…

Wij ook

’t Is een beetje als meelopen met de meute, maar ook hier op de buikberg hebben we genoten van de eerste sneeuw. Hoewel na een paar vorstdagen het ongemak qua beestenverzorging de pret toch altijd een beetje drukt. En eigenlijk, eerlijk, vind ik de après-sneeuw nog mooier, als er weer plekjes groen gras door de sneeuwhopen priemen en er weer wat kleurvariatie is. Maar goed, hier dus de buikberg in ’t wit.

Linde herontdekt ‘sneeuw’.

Het rietveld verstopt in het avondschemer-sneeuwlandschap.

De schaapkes spelen van Zwitserse berggeit.

Ook wij hebben moedige (maar niet zo mooi gefotografeerde) sneeuwrozen.

De kippen blijven wijselijk binnen.

Postkaartje van de paardenwei aan de overkant van de straat.

Onze koetjes hebben een dik vel en vinden het dus helemaal niet raar dat er sneeuw op hun rug blijft liggen of ijspegels aan hun staart hangen.

(Meneer Buikberg experimenteerde ook nog met fototoestelinstellingen een vlak sneeuw, maar vermits ik er niets van snap blijf ik maar van die foto’s af ;-)).

 

Wij zijn blij…

… Met ons beetje bloemenwei!

(story: ik kocht drie jaar geleden heel wat pakjes akkerbloemenzaad om zelf een mengsel te maken, vanuit de hoop dat we dat najaar konden beginnen met de tuin aan te leggen. Jammer genoeg was dat akkerbloemenzaad drie jaar later over datum… dus had ik het maar na de grondwerken op een paar van de braakliggende stukken uitgestrooid, op hoop van zegen. Met succes dus! Dat ze zich nu maar snel uitzaaien zodat we overal mooie bloemetjes krijgen!)

… Dat de familie zwaluw weer een nest jonkies heeft grootgebracht en ons de hele dag door entertaint met hun capriolen! (en we zijn minder blij met het feit dat ze echt wel alles ondersch*ten, in de kelder, op het erf, de ramen, in de auto als we het raampje vergeten toe te doen, … Wanneer begint de trek?)

… Met onze eerste erwtjes!

(ok, bij sommigen zijn ze al op, maar hier begint het nu dus eindelijk. En uit ervaring weten we dat het vanaf nu hard gaat gaan en we het oogsten amper gaan kunnen bijhouden …)

… Dat we zoveel brambozen hebben!

(eigenlijk heet het officieel ‘doornloze braam’, maar het ziet er echt uit als een kruising tussen braambes en framboos: brambozen dus. Ze moeten wel heel goed rijp zijn om een beetje door te smaken.)

… Dat meneer Buikberg zijn kersensappersinstallatie zijn werk heeft gedaan!

… Dat de boontjes de grond in geraakt zijn! (nog op het lijstje: peultjes als herfstteelt (experiment), winterprei, savooien en boerenkolen uitplanten, en dan nog enkele herfstgroenten zoals andijvie, late venkel, late sla, enz. En veeeeeel onkruid uitdoen)

(foto)

… Dat de phacelia een bijenparadijs is, en dat we tussen het onkruid overal uitgezaaide phacelia terugvinden, en dille, en citroenmelisse, en munt, … (de bieslook zijn we even kwijt, komt wel weer boven water… euh, het onkruid uit). En ook dat we toch heel wat vlinders spotten, het lijken er meer dan vorig jaar (geen objectieve gegevens). We kennen er niets van, maar al zeker grote en kleine koolwitjes en een aantal verschillende soorten bruine/oranje-met-zwarte-vlekjes. Jammer dat we de distels (op politiebevel, jawel) verder moeten sikkelen, ze zitten vol met bladluizen, lieveheersbeestjes en vlinders allerlei.

… Dat de weides echt wel beginnen te verschralen en er daardoor bijzonder mooie grassen en bloemetjes opduiken!

… Dat het overal bloeit (de salie, de oregano, de rozen, de clematis, de lavendel,…)

… Dat meneer Buikberg op het lumineuze idee kwam om zelf een rozenazijn-wasverzachter te maken voor de luiers!

… Dat het bijna vakantie is en we oppas voor onze kuikentjes gevonden hebben!

(foto)