Buikberg

het verhaal van een boerderij en haar bewoners

Categorie: boomgaard

Oorlog aan…

Oh ja, wij zijn echt wel dierenliefhebbers. Zeker van wilde beestjes, die maken de natuur zo rijk. Niets leuker dan kleine witte pelsstaartjes die ’s ochtends in het hoge gras wegspurten.

… Maar ze moeten wel van onze fruitbomen afblijven, die wilde konijnen!!

De nieuwe boompjes hadden nog geen ‘omheining’ gekregen wegens te nat of te hard gevroren om palen enzo de grond in te krijgen. Met als resultaat, een groot deel van de schors is afgeknaagd.

Maar haha, het is oorlog, en we gaan hem winnen! Meneer buikberg ontdekte immers op het wereldwijde web dat het inkalken van de boomstammen niet alleen goed is voor de boompjes zelf (iets met trager opwarmen of zo), maar vooral, dat konijnen die kalk helemaal niet lusten. Vandaag werd met de bries in de haren dan ook eerst de schade wat gerepareerd met zo’n rubberachtig boomwonden-spul, waarna meneer buikberg zich met de kalkkwast mocht uitleven. Benieuwd of het ook echt werkt…

(en hopen dat de wilde konijnen zich nu niet massaal op de moestuin storten)

En daarmee is het buitenleven dan hopelijk definitief ingezet. Hoezee!

Lentekriebels

Ook hier zijn de lentekriebels aanbeland. Zonder jas buiten kunnen, de fiets weer kunnen uithalen; moest het niet nog maar 15 januari zijn, het was tijd voor de lenteschreeuw ;-).

Onze kiekes waren er nog veel eerder bij (alweer 4 weken aan de leg, dus van toen er nog sneeuw lag). Met 3 intussen grote en 2 kleine hanen werd het echter wat te vol/druk/jaloers in het kippenhok, dus hebben we ‘zilverbrakel2’ maar ineens gefileerd (hij moest het blijkbaar ontgelden bij Hypoliet, aan zijn regelmatig bebloede veren te zien). Meneer goudbrakel krijgt nog even wat respijt, als ze het onderling kunnen vinden mogen ze allebei blijven, dan kunnen we met twee rassen verder kweken. Gehandicaptje en ‘piep’ (het broedsel van mevrouw barberie, ook een zilverbrakelhaantje) moeten eerst nog wat verdikken en groeien ;-).
De nieuwe fruitbomen hebben hun basissnoei gekregen. De oudere moeten ook nog eens onderhanden genomen worden maar daarvoor hebben we al een ladder nodig (fijn natuurlijk :-)). En de bessenstruiken, maar daarvoor moet ik eerst mijn velt-boekje daarover terug zoeken op zolder.
De bloembollen die al weken lagen te wachten zijn eindelijk de grond in geraakt, hopelijk nog net op tijd om het echte voorjaar te kleuren.

En verder worden er veel plannen gesmeed voor het herinrichten van alle bergruimtes en stallingen, de kelder, voor een definitieve oplossing voor de omheining van de weien. Dromen van veel tijd en energie mag toch, nee?

Uitbreiding 2

Maar niet alleen de moestuin wordt volgend voorjaar hopelijk wat uitgebreider en beter onderhouden dan het voorbije jaar. Ook de boomgaard, bessenrijen en vogelbosjes/haagjes kregen er nieuwe vriendjes bij. Na jaren erover praten maar er nooit echt tijd voor gemaakt te hebben, zijn we eindelijk eens tot bij boomkwekerij De Linde in Kemmel geraakt (en er zijn zo nog dingen die liggen te wachten, op een zomerse regendag naar Auchan gaan shoppen bijvoorbeeld ;-)). Als je ergens lang van droomt wordt die droom alsmaar mooier en mooier, en dan valt de realiteit soms een beetje tegen. Het bestellen was dus een beetje aan de droge kant ondanks dat er uit de boomgaardanalyse duidelijk vakkennis sprak. We hebben onszelf dan maar een toertje zonder uitleg door de boomkwekerij toegestaan. Maar eerlijk waar: het plantgoed is van super kwaliteit, ook de mini-jaarling-meidoornscheuten enzo.

In de boomgaard werden er nog een moerbei (eindelijk!) ‘Morus Nigra’, een appelaar ‘Eysdener Klumpke’ als bestuiver voor de Court-Pendu Rouge, een kweepeer ‘Champion’, een abrikoos ‘Bredase’, een amandelboom ‘Robijn’ en een nieuwe Schaarbeekse kriek geplant. Er zijn nog een paar plekjes over maar dan is de boomgaard toch echt wel vol.

Het was fijn boomplantweer, zo tussen twee vorstperiodes in (maar wel een beetje haasten om alles op tijd de grond in te krijgen)

Als deze boompjes allemaal groot zijn, onttrekken ze hopelijk het zicht op de lelijke hangar verderop 🙂

Nu is de steunpaal nog tien keer zo dik als het moerbei-stammetje, maar later als ik groot ben dan …!

Drie (of vier?) generaties fruitbomen bij elkaar: vooraan de nieuwe moerbei, rechts de oude perelaar, in het midden de vier jaar oude appelbomen, en links de stokoude (en dode) kerselaar.

In de bessenrij aan de rand van de moestuin kwamen 2 nieuwe zomer- en 2 nieuwe herfstframbozen (Shöneman, Golden Everest, Marosa en Autunm Bliss), nu we eindelijk een goede plek gevonden hebben waar ze meer dan een jaar schijnen te overleven. En ook 2 nieuwe aalbessen (Junifer en Witte Parel) om de oude struiken die wat de geest lijken te geven te vervangen. En ten slotte een probeerseltje, een plantje wilde bosaardbei voor in het beschutte hoekje onder de aalbessenstruiken en de vlier.

In de stukjes haag-in-wording tussen de boomgaard en de straat bleken toch nog meer struikjes te groeien dan eerst gedacht. Ze zaten op het moment van de inventaris blijkbaar wat verstopt tussen de hoge brandnetels en kwamen nu weer te voorschijn. Maar goed, we hebben de vervangplantjes van meidoorn en rode kornoelje er dan maar bij geplant, eentje meer in de rij kan geen kwaad.

Hetzelfde gold ook voor de vogelbosjes langs ‘wei 3’, die binnen afzienbare tijd samen met de knotbomen ervoor moeten zorgen dat ook in die  wei wat schaduw te rapen valt voor de dieren. Struikjes waarvan ik dacht dat ze verdwenen waren bleken er toch nog te staan (al dan niet half afgegeten door de schapen of koeien, maar goed, ze zijn er nog), waardoor er een volledig nieuw vogelbosje kon aangeplant worden met vogelkers, lijsterbes, en gele en rode kornoelje. De gevederde vriendjes zullen blij zijn :-).

 

Stokje: waar komt het toch vandaan? Deel 1

We gaan eens aan een stokje meedoen (ook al hebben we er belange geen tijd voor). Want het is wel een super leuk stokje. Twee verhalen die samenkomen en één verhaal gaan vormen, en dat hopelijk nog een lang vervolg krijgt (maar daar ziet het wel naar uit met Linde die te pas en te onpas voor koe studeert).

Hoe begon het bij mevrouw Buikberg, waar komen die tuinkriebels vandaan? Wel, eigenlijk uit het niets. Echt waar. Want mevrouw Buikberg is een echt stadskind, van de randstad-bij-de-enige-grootstad-van-Vlaanderen (nee, dit vind ik zelf niet, het is wat er gezegd wordt ;-)). Hoewel. De vroegste tuinherinneringen dateren van huis 2 waar mevrouw Buikberg gewoond heeft. In huis 1 was ze te klein voor veel tastbare herinneringen en vermits ze het eerste en tweede verdiep bewoonde was er ook geen tuin. In huis 2 daarentegen, was er een gigantische tuin (toch naar stadsnormen). Of beter, een gigantische woestenij. De tuin liep van de ene zijstraat helemaal door tot de volgende zijstraat, ik zou de afmetingen eens moeten navragen maar als kind was het dus echt gigantisch. Vlak achter het huis was er een eerste klein stukje tuin, met een katjeswilg, een sering, een tuinhuis, nog een boom, en ik veronderstel iets beter onderhouden dan het achterste deel (mijn herinnering laat me totaal in de steek wat dit betreft). Dat achterste deel was dus groot, en woest, met heuvels (bergen dus ;-)), met brandnetels metershoog en ander onkruid. Mijn ouders hadden geen moestuinkriebels. Mijn mama heeft wel siertuinkriebels, maar toen waarschijnlijk iets te weinig tijd dankzij ons drie koters om heel dat achterste stuk te onderhouden en aan te leggen. Er is een jaar patatten geplant geweest, waarbij tijdens het rooien een duivel uit de reuzenstoet die in de straat achter het poortje langs trok, mijn vader de stuipen op het lijf heeft gejaagd. Of de opbrengst ook groot was, geen idee. We speelden het liefst in dat achterste deel, dat weet ik nog. Rondcrossen met onze fietskes, schuilplaatsen en kampen maken in de woestenij. En dat wel, met het oog op de buurman zijn perfect aangelegde moestuin. Toen 3/4 van die grote tuin onteigend werd voor flatgebouwen die in de parallelle straat gebouwd zouden worden, gingen mijn ouders op zoek naar een ander (huur)huis (het moet hen toch ook wat gedaan hebben, die leuke speel-tuin die zou verdwijnen – het huis was echter ook niet alles, dus de zoektocht naar beter werd waarschijnlijk snel aangevat). Vaag herinner ik mij nog een gesprek hierover aan de keukentafel ’s avonds en dat wij, de kinderen, alleszins heel boos waren om zoveel bouw-barbarij.

Ongeveer tegelijkertijd begon de kampeerliefde en buiten-speel-liefde als ‘elfje’ bij de plaatselijke scoutsgroep. Want dat staat vast: mijn scoutstijd is zeker mee verantwoordelijk voor mijn natuur- en buitenliefde. Binnen- en buitenactiviteiten wisselden elkaar af, we trotseerden kou, regen en wind. Het jaarlijkse kamp was echt een hoogtepunt, zeker vanaf we in tenten mochten slapen op een Ardense wei, omgeven door bos en liefst met een riviertje aan het terrein. Zelf ons potje koken op een zelfgemaakt houtvuur met zelfgezocht brandhout (ook als het regende), greppeltjes graven bij noodweer, op de HUDO gaan ‘patrouillekakken’ (ja, we waren tot mijn 15 jaar een meisjesgroep, en dan zijn zo’n dingen plezant. Vanaf we gemengd waren deden we dat niet meer… toch een andere sfeer. Maar ook plezant hoor.), koukleumend eten aan de gesjorde tafel in de shelter onder de kleren-die-niet-droog-geraken-na-8-dagen-regen, of juist ’s morgens om 7u de tent uitvluchten voor de brandende zon en de hele dag doorbrengen in het riviertje, inclusief modderbad en saunatent achterna. Bosspelen bij de vleet, tweedaagsestaptochten (die langs een snoepwinkel of frituur MOESTEN passeren), laat genieten aan het kampvuur, sterrenhemels ontleden, totemisatie met natuurproeven, … Het doet bijna pijn om al die mooie herinneringen weer op te rakelen, en ik hoop echt dat Linde en de andere kindjes het jeugdbewegingsleven en buitenleven even veel gaan waarderen als ik altijd gedaan heb.

Maar intussen woonden we dus in huis 3. Een groter en beter huis, met gelukkig opnieuw een redelijk grote tuin. De tuin van een hobby-moestuinier (die zelf verhuisde naar een grote oude boerderij met veel tuingrond rond – het waren kennissen van… de jeugdbeweging, jawel (en de parochie waar mama toen nog achtief was)). Achteraan een kippenhok,en een moestuin. En omdat het huis naast ons ook van die mensen was, en daar een (toen al) oude mevrouw woonde op het gelijkvloers die genoeg had aan een mini-grasperkje om in de zomer even buiten te kunnen zitten, mochten wij ook gebruik maken van het grootste deel van hun tuin. Dat was een grasveldje, waar we dus goed konden sjotten. Achteraan de tuin was er opnieuw een doorgang naar de zijstraat haaks op onze straat. En dat was via een zwaar verwaarloosd stuk bouwgrond. Je kunt het al raden waar we het liefst speelden… (ook al mocht het niet van mama ;-)). Via dat stuk bouwgrond konden we immers bij de buurkinderen-van-2-huizen-verder geraken omdat alle tuinpoortjes op dat stuk bouwgrond uitkwamen. We speelden heel vaak samen in de woestenij, vooral omdat er daar een oude kever (auto welteverstaan) lag te vergaan. Achteraf gezien begrijp ik mijn moeder heel goed dat we daar niet mochten spelen van haar, want dat ding was een roestig wrak met veel scherpe uitsteeksels enzo. Maar we hadden er wel erg veel plezier. De tuin van huis 3 heeft gedurende de jaren een ware metamorfose ondergaan. Het kippenhok verdween bijna direct (het stonk ook echt wel, herinner ik mij), in de moestuin hebben nog een keer tomaten gestaan en ik herinner mij ook een keer aardappelen en dat we heel even een eigen stukje moestuin hadden voor de kinderen (ten tijde van de tomaten denk ik). Maar al snel werd het een stukje gras met een border sierplanten erlangs. Ik heb nog met papa mee het terras aangelegd, het tuinhuis gezet. Er is even een kruidentuin geweest dicht bij het huis, waardoor ik mij alras in kruidenboeken begon te verdiepen. Maar intussen is het gras, (vlinder)struikjes en rozen, bloemenborders, en enkele jaren geleden is ook het stuk tuin van de buren terug ‘hun tuin’ geworden vermits wij toch niet meer voetbalden, al bijna uit huis zijnde. De bouwgrond achter de tuin is op een gegeven moment ook verkocht en bebouwd geraakt (waar we weer boos om waren, niet dat we toen nog veel daar speelden maar vooral omdat we onze achterdoorgang naar de tuin kwijt waren en nu met de fietsen telkens door het huis moesten).

Door mijn broers allergieën hebben we nooit huisdieren gehad op een paaskiekske na. Grote interesse in dieren is er nergens geweest in mijn jeugd, denk ik. Behalve dan oorwormen verdelgen met deodorant en het wereldkampioenschap wespen-in-een-fles-zoetigheid-vangen op scoutskamp.

Moraal van dit verhaal? Van mijn ouders komt het niet :-). Ik weet dus pertinent zeker dat de mama van mevrouw Buikberg zich ook met de regelmaat van de klok afvraagt waar ze zo’n bizarre dochter vandaan heeft. Van mijn grootouders ook niet: moeke woonde altijd in huis-met-koer in ‘de stad’ en nadien op appartementjes. Ze ging wel heel graag en vaak naar ‘de Zoo’. Bomma en bompa hebben een normale stadsbuitenwijktuin aan hun huis, maar hetzelfde als bij ons thuis nu: grasveldje, sierbloemenborders (bomma werkt ook wel – nog altijd – graag in de tuin). Overgrootouders of nog verder: geen idee, maar ik vermoed van niet.

Tot ik in de Redingenstraat op gemeenschapshuis ging, was er van tuinkriebels enkel heel erg onderhuids sprake. Natuurliefde, dat wel, hoe woester en primitiever, hoe liever. De eerste vakanties met meneer Buikberg waren dan ook kampeertrektochten: even het samen reizen aftasten in de Ardennen (waar we wel wild gekampeerd hebben :-)), daarna verschillende GR’s uitgeprobeerd, van Ieper naar Étretat via de Franse westkust, de westkust van Ierland, het eiland Mull in Schotland (hm, we hebben wel iets met -woeste- westkusten precies). Het kleine smeulende kooltje van mijn (moes)tuin-boerderijliefde kent maar één aanblazer vrees ik: meneer Buikberg himself 🙂 (en zijn familiale achtergrond). Maar dat, en dat gemeenschapshuis met mini-tuintje, is al deel van het gezamenlijk verhaal. Eerst moet meneer Buikberg nog vertellen tot hier ;-).

Update: moestuin en wei

Thuis werken ipv 3,5u pendelen is plezant. Je kan niet alleen als ontspanning eens een achterstallig waske doen of de smerige living stofzuigen. Of verkiezingsboekskes lezen bij het ontbijt, en snel maar toch lekkerder eten maken dan het studenten/werkrestaurant. Of een blogske plegen. Maar bovenal, je kan vooral de middagpauze ook eens anders besteden dan aan het roddelen met collega’s. Nuttig en efficient besteden dus :-). Hieronder ziet u ‘voor’ en ‘na’, en dat op exact 35 minuten tijd en perfect voor het begon te regenen (tijd om te gieten was er niet meer, maar geen probleem dus)

VOOR (ex-aardappelbed, twee maand geleden omgefreesd en nadien verwaarloosd)

NA (bladgewassen, op voorhand opgekweekt natuurlijk, die zijn niet op 35 minuten gegroeid ;-). Het onkruid was bijzonder eenvoudig te verwijderen met dank aan de vorige teelt, dat mag ook wel eens in plaats van al dat raaigras)

Nog even een foto-overzichtje van de rest van de moestuin (of toch een deeltje).

Ecologische handige gratis creativiteit van mijnheer Buikberg: een (tijdelijke, hoewel we dat nog wel zullen zien ;-)) koeien-proofe palettenafrastering voor de moestuin. Bijzonder geslaagd, al zeg ik het.

Veeeel pompoenen, bijna klaar om op de te-veel-plaats-bedden het onkruid in bedwang te gaan houden.

Veeeel bijna-bramen aan de braamstruik langs de kippenren (en half de varkenswei is er ook door omzoomd, jummie)

De patatjes doen het heel goed. Het gras ertussen ook. (We missen nog grasmachine-konijnen om de paadjes af te rijden.)

Als je goed kijkt zie je enkele paprika’s en courgetteplantjes tussen het phacelia-bos-dat-net-niet-bloeit. De komkommers werden allemaal door madam kieken uitgegraven, en moeten we dringend opnieuw kopen.

De koolrabi’s met de erg vreemde beestjesplaag (een soort kleine zwarte dikke vliegjes die razend snel zijn en al het moes tussen de nerven uitvreten, waarna de bladeren helemaal verpulveren en bruin worden).

Broccoli’s, bloemkolen, spruitjes, rode kolen … Veeeel kolen dus ;-). De savooien en de boerenkolen zijn net gekiemd, en dan is het bed vol.

Ook hier staan de erwtjes bijna in bloei.

De helft van de tomaten is al uitgeplant en in groeispurt geschoten (gelukkig zijn ze goed stevig doordat we ze al redelijk vroeg buiten hebben laten overnachten).

Een baby-harkje blijkt ideaal te zijn om het onkruid tussen de worteltjes enzo uit te doen. Momenteel nog wel door meneer buikberg en nog niet door jongejuffrouw gebruikt (bedankt familie Onderdeappelboom :-)).

Bijna-rode-besjes…. euh, kersen? (de kersenboom staat er net boven ;-)).

Weer veeel kersen verwacht dit jaar :-).

Nog te doen: zomerprei uitplanten, de rest van de tomaten, knolselders kopen (geen enkele is gekiemd), komkommers kopen (wegens kipgraaf dus), winterprei kopen en uitplanten, boontjes zaaien. Zou het nu nog gaan om peultjes te zaaien voor het najaar? (of beter nog even wachten om het warmste deel van de zomer te ontwijken?) Wortels, radijzen, rode biet, witloof, enz uitdunnen en onkruidvrij maken. Hopen dat toch een rijtje van de gezaaide ajuinen zal kiemen :-(. Ontbreken we ook nog: spinazie, meer venkel (ook voor het najaar best), andijvie. En tijd (hoewel het er op dat vlak weer beter uitziet nu de meeste familiale feesten achter de rug lijken te zijn).

Appels!

Vermits we enkele weken geleden geen tijd vonden om Onderdeappelboom gratis appeltjes te gaan plukken, hebben we eindelijk een ander langgekoesterd plan in uitvoering gebracht. Bij ons in het dorp (en in de omstreken) staan er elk jaar grote plakkaten met ‘pluk zelf uw fruit’. Drie jaar geleden zeiden we al dat dat ons wel leuk leek, maar het was er tot nu toe niet van gekomen. Gisteren, op de allerlaatste plukdag, en met een cocoon-bevallingsvoorraad indachtig, werd er dan toch eindelijk tijd gevonden om een bezoekje te brengen aan Hoeve Picard. Daar aangekomen bleken ze uiterst goed georganiseerd: een goed berijdbare ruime wei-parking waar al heel wat auto’s stonden, een ontvangstcomité dat perfect wist wat te doen. Eerste beginnersfout: “hebt u zelf iets mee om de appels in te doen?” (euh, nee…) Geen probleem, er werden mij snel enkele mooi fruitbakjes ter beschikking gesteld. De bakjes werden eerst apart gewogen, zodat we ze achteraf niet eens mee moesten betalen. Een hele resem kruiwagens en trekkarren stonden klaar om het vervoer van het geplukte goed te vergemakkelijken. We kozen voor een karretje, onze buikspieren zijn immers niet meer helemaal zoals vroeger voor het moment… Er konden twee soorten appels geplukt worden, Greenstars (nogal Granny-Smith-achtig) en Jonagolds. Er werd ons uitgelegd waar die zich bevonden in de grote boomgaard, en we togen op pad. Tweede beginnersfout: in de verkeerde rayon beginnen plukken :-). Nadat we doorhadden dat er toch echt wel heel weinig appeltjes nog aan de bomen hingen, en we even verderop een massa felgroene in plaats van donkerrode exemplaren zagen hangen, hadden we het door en verhuisden we naar de juiste rijen bomen. Twee volle bakjes later liepen we met ons karretje een eindje door naar de Jonagolds, die duidelijk meer in trek waren geweest dan de Greenstars. En we verbaasden ons intussen over hoeveel grote en dikke appels zo’n laagstamboompjes kunnen dragen… We passeerden intussen aan leeggeplukte bomenrijen met bordjes als Elstar en Gala (hm, die hebben we eigenlijk wel graag), wat ons op onze derde beginnersfout wees: je kan blijkbaar op voorhand via fermweb raadplegen welke soorten er elk weekend geplukt mogen worden. Hadden we dat geweten, dan hadden we toch het eerste weekend proberen komen… Er werden dus twee bakjes Jonagold aan de verzameling toegevoegd. We hadden op een 20kg gerekend, maar we bleken onze bakjes nogal goed gevuld te hebben: 27 kg. En we kochten dan nog maar een zak Boskopen bij ook, vermits Willem daar zo zot van is ;-). De appels geraakten met het karretje veilig tot in de auto, en nu staat ons de taak te wachten om er heel wat lekkers uit te halen (in de eerste plaats appelmoes, maar hopelijk vinden we ook een beetje tijd voor appeltaart, appelcake, en andere suggesties zijn steeds welkom :-)). Er zijn trouwens ook peren te koop voor de liefhebbers, en een aantal appelsoorten die je niet zelf kan plukken maar wel gewoon aankopen (zoals de boskopen).

Conclusie: voor de prijs moet je het echt niet laten, het is zeker ook voor kindjes een leuke ervaring, de mensen van hoeve Picard zijn supervriendelijk en behulpzaam, en jullie gaan niet dezelfde beginnersfouten maken als wij ;-). Sommige mensen kwamen met een plastiek zakje een paar kilo plukken, anderen maakten er een groepsfeest van, of hadden duidelijk grote appelmoesplannen zoals wij. Maar ondanks dat er toch wel een twintigtal auto’s op de parking stonden was het in de boomgaard zeker niet te druk, of beter, je zag bijna niemand anders in je buurt. De volgende jaren gaan we zeker weer, tot onze eigen appelboompjes groot en sterk zijn!

Zomers creatief met… kersen!

Jaja, ook hier wordt het onderste uit de kan gehaald om kersen verwerkt te krijgen. De achtergrond:1) een kleine 30kg kersen ingevroren in de diepvries, maar in zakken van een kilo of 5; 2) er moet diepvriesruimte worden vrijgemaakt wegens het overschrijden van de 30l courgettensoep, en daarna nog veel meer voor schaap-, varken-, en andere moestuinbereidingen.
Conclusie: de eerste zak van 5kg kersen is uitgehaald en moet nu creatief en binnen afzienbare tijd verwerkt worden. Vandaag stap 1 in zomers creatief met kersen:
kersenmilkshake!

U neemt een maatbeker en denkt na hoeveel milkshake u in totaal wil maken (hier is dat meestal: voor elk een bierglas vol)
De helft van die hoeveelheid vult u met fruit, in dit geval dus kersen, maar we zijn deze zomer al erg milkshakecreatief geweest: banaan (klassieker natuurlijk), kiwi, bosvruchten (mengeling van aardbei-framboos-jenevers-paters-…), aardbei, …
U voegt melk toe tot het fruit net onder staat.
Per persoon 2 bolletjes vanille-ijs erbij (maar met straciatella lukt het ook als je geen vanille meer hebt ;-)).
Ik doe er meestal geen extra suiker bij (Willem zei daarnet nochtans: misschien mag er wat minder suiker in ;-)), maar dat is volledig naar smaak natuurlijk.
Met de staafmixer er goed doorgaan (zeker bij de kersen, er blijven wel wat velletjes achter maar dat was eigenlijk wel lekker).
Onmiddellijk opdienen, eventueel versierd met verse munt, een rietje, een parasolletje, … voor het zomerse gevoel (hier moest het even snel gaan tussen twee mortelemmers door, dus ‘gewoontjes’).

29 juli 2009 029

(ps: net ontdekt dat ik meer moet rekening houden met mijn verkleinde maaginhoud wegens groeiende prutsemie, een bierglas is toch wel veel :-()

Zondag volgt alleszins de vecht-om-mij-kersentaart van Onderdeappelboom, ouders en peter komen op bezoek :-).
Wordt vervolgd.

Goe vollek

Toch enkele sympathiekelingen die gehoor gaven aan onze tienden-kersenpluk-oproep (hoewel zij er tegen onze principes een derdensysteem van gemaakt hebben, dat was niet afgesproken!). ’t Was plezant, de krullebolletjes vonden het héél lekker (en klimmen graag op veel te grote ladders), en wij zijn toch van een deel kersen vanaf (ook al zie je het amper…). Bon, moesten er nog kersenliefhebbers zonder (grote) boom zijn, laat maar weten en kom maar af…kersen_appelboom_censuur

Er is nog een superschattige foto van de jongste onderdeappelboompjes, maar ik weet niet of meneer en mevrouw gediend zijn met een ‘herkenbare’ foto van hun kroost op het web?

Edit: plots vroeg onderdeappelboom: “wat ga je met de kersenpitten doen?” Tot nu toe kwamen die zonder nadenken op de composthoop terecht, maar inderdaad, de suggestie van “zou je daar geen kersenpittenkussentjes mee kunnen maken?” werd ter harte genomen! Google leert ons dat je de pitten gewoon moet afkoken en laten drogen, dus er zullen hier VEEL kersenpittenkussentjes gemaakt worden 🙂 (één van mijn winterse verslavingen, en ons pruts zal er dus ook aan moeten geloven)

Eindelijk!

Er hingen al een tijdje lichtrode bolletjes te blinken in onze Lindekersen. Het werd tijd om ze eens van dichterbij te inspecteren, et voila:

kersen 002De eerste kilo is binnen, en nu maar hopen dat we de spreeuwen de komende dagen voor kunnen blijven… Vermits we geen ‘op zichzelf staande ladder’ hebben zal er zowiezo genoeg voor hen overblijven, dus aub… nog even geduld vogeltjes!

Voor zij die uit de buurt zijn, zelf niet gezegend zijn met heerlijke kersen en wel over zo’n ladder beschikken (of willen klimmen): we voeren het tiendensysteem in, u mag gratis komen plukken en 10% van uw plukkerij geldt als betaling aan ons. Maar wacht geen week meer, want dan is het waarschijnlijk te laat…

Poire Willems

20mei 014
Wat voor lekkers groeit daar in de bomen van de BuikBerg ?