Buikberg

het verhaal van een boerderij en haar bewoners

Categorie: moestuin

Wie later een bos wil…

Moet boompjes planten!

En vermits grote bomen duur zijn, kwam meneer buikberg op het lumineuze idee om een hoop zeer goedkoop eenjarig bosplantgoed te kopen en dat hier rustig te laten uitgroeien tot jonge boompjes, om ze dan samen in het bos te kunnen planten. We hebben toch plek genoeg…

69 jonge staakjes gingen de grond in rondom de weides: winterlindes, robinia’s, eikjes, beukjes, haagbeuk, es, olm, tamme kastanjes, veldesdoorns, zilverpopulierkes (meneer buikberg denkt aan timmerhout, dat is duidelijk :-)), en ja, zelfs twee treurwilgskes (mevrouw buikberg is dus toch overstag gegaan, met het ultieme argument van meneer buikberg dat die kleine sprietjes nog geen plek innemen en dat als het tegenvalt eens ze groot zijn, we ze zo weer weg kunnen doen… was dit heel dom, heb ik mij laten vangen? ;-)). En toen had meneer buikberg er zelfs nog niet genoeg van, want hij wilde nog vlieren, meidoorns en hazelaars stekken. Dat wordt daar een bos, jong! 🙂

Mevrouw buikberg heeft intussen in het velt-handboekje opgezocht hoe ze al het kleinfruit volgens de regels van de kunst kan snoeien, want tot nu toe deden we maar wat omdat het toch elk jaar weer kapot ging. Maar nu we eindelijk een goeie standplaats gevonden hebben, rondom de moestuin, moeten we het wel een beetje professioneel aanpakken om zoveel kilo’s frambozen te hebben als de buurman :-).
Alleen, de ‘oude’ bessenstruikjes (rode en roze, en ze zijn echt oud, want stonden al in de moestuin toen we er de eerste keer kwamen) lijken helemaal kapot te zijn, ze zitten helemaal onder de korstmossen en rare oranjepaarse schimmelplekjes. De rode is echt dood, de takken braken bij aanraken af aan de basis. De roze heeft wel nog wat knopjes. Dus die is goed teruggesnoeid in de hoop dat hij opnieuw gaat groeien. Ook de grote vlier in hetzelfde hoekje van de moestuin zit volledig onder de korstmossen: kan dat kwaad, is dat een teken dat de struik niet meer zo gezond is, en wat doe je er dan aan?

En ik moet eerlijk zeggen dat ik de frambozen ongemoeid heb gelaten, de nieuwe bestaan uit 1 stokje zonder knoppen (vermoedelijk komen er daar nog grondscheuten uit de komende weken), en de oude bestaat uit een paar hele lage scheutjes met blaadjes. Ze zien er dus helemaal niet uit als die lange knoprijke takken van de buurman. Ik ga ze dit jaar eens goed in het oog houden en kijken wat er gebeurt.

En nog wat fotokes van de eerste bloeiers hier op de buikberg. Op de sneeuwklokjes na is er nog niet zo veel. Ik ga dus eens lijstjes beginnen maken van de vroege bloeiers die jullie allemaal melden. Maar wel een teken van de lente die op komst is: de rabarber schiet! (en de brandnetels ook… au die kleine blaadjes!).

En dit is een raar geval, geen idee wat het is, het groeit onder een rozenstruik op het binnenplein en bloeit schijnbaar het hele jaar door (of beter, de bloemen worden in de winter wel slap maar behouden hun kleur en vallen niet af). Het ziet er wat uit als zo’n stoffen nepplant maar het is toch echt een levend dingetje.

In de moestuin is het verder nog stil, hoewel de aarde al in veel betere toestand is dan een jaar geleden (zelfs al relatief droog). Dit werd getest bij het uitdoen van nog een deel aardappelen, waar we vorig jaar even geen tijd voor hadden, en toen begon het vroeg te vriezen. De oogst valt best mee, meer dan de helft ziet er nog goed eetbaar uit. Verder enkel nog spruiten, mini-savooien (aangevreten door de vogels en konijnen) en prei. En zonder serre is er verder nog niet veel te doen natuurlijk. Nog even geduld, nog even geduld…

Witloof

Wel, er vroeg iemand een tijd geleden om jullie op de hoogte te houden over het witloof.

Dit is de eerste lading die we nu kunnen oogsten, want ze groeien niet verder meer. En dan kunnen de volgende erin om te forceren, heuj! Zo’n mooie kropjes als in de winkel zijn een utopie, alhoewel er wel een paar bij zijn die in de goede richting gaan ;-). Maar versneden in een slaatje proef je dat toch niet.

Uitbreiding 1

Onze zaadbestelling bij Velt is al binnen én betaald, en die van u? 😉

Een lijst van wat we nog hebben zullen we u besparen, wegens vier volle ‘danish butter cookies’ dozen vol zaad. U zou niet eens tot het einde lezen waarschijnlijk. Daarom een overzichtje van de nieuwe pakskes die in het voorjaar (wegens ‘op’ of ‘leuk, eens proberen’) op de buikberg uitgezaaid zullen worden:

– 2x kelvedon wonder (erwt), meneer buikberg wil nog altijd geen andere proberen dan de ‘erwtjes van mémé’

– paksoi taisai (experiment wegens naar ons goesting wat te weinig ‘bladtoestanden’ in de herfst)

– savooi westlandse putjes (goed bevonden, de alternatieven zien er niet zo aantrekkelijk uit, dus meer van hetzelfde)

– koolrabi azur star (eens een blauwe soort na een aantal jaar groene/witte – om toch ook een beetje variatie aan kool te hebben in de zomer)

– Nieuwzeelandse spinazie (experiment, vermits ‘echte’ spinazie hier altijd direct doorschiet of heel slecht kiemt)

– pastinaak halblange weisse (heel goed bevonden dit jaar wat vorm en smaak betreft, qua kiemkracht minder maar dat is altijd moeilijk, dus daarom al een nieuw pakje voor moest het zaad van vorig jaar moeilijk doen)

– pompoen butternut (zat dit jaar in de ‘geheime mengeling’ en zeer lekker bevonden, dus daarom maar ineens een pakje)

– pompoen Jack’o Lantern (we hadden dit jaar geen grote pompoen, ook niet in de mengeling, en dat hebben we gemist – Linde en Sara spelen zo graag ‘op een grote pom-poen’ met de exemplaren die bij de ouders van meneer buikberg aan de haard liggen 🙂

– radijs cherry belle (om mysterieuze redenen op, en al de rest van het radijszaad nog niet)

– rode biet kogel 2 (heel goed bevonden)

– schorseneren verbeterde reuzen (idem)

– kropsla Analena (omwille van de naam natuurlijk ;-), maar ook omdat we nog geen vroege sla hadden en deze kan nog eens het hele jaar door ook)

– Gemengde rauwkostsalade mesclun (onze ‘zomersla’ van de nieuwe tuin is na 4 jaar eindelijk op, en was erg leuk, dus daarom deze eens proberen)

– tomaat roma (omdat meneer buikberg naast de hellfrucht en de pyros-van-mémé ook weer graag een italiaanse soort had)

– collection de tomates aperitif (hmmm)

– winterpostelein (experiment, ook om meer bladgroen in de herfst/winter)

– witlof hollandse middelvroeg (na onze promotiestunt, u toch ook?!?)

– wortel de colmar à coeur rouge (experiment, gewoon zin in iets nieuws)

– wortel milan (idem)

– aardpeer fuseau rose (we hebben al een paar aardpeertjes in de grond zitten die zich niet lijken te vermenigvuldigen – bovengronds te zien – dus als we er ooit van willen eten zullen we er moeten bij zetten)

– 6,25 kg raja pootaardappelen (naar onze mening de lekkerste, met de beste opbrengst en het best te bewaren)

– groenbemesters luzerne en gele mosterd

– en dan 10 soorten bloemekes om de brandnetel-borders in de moestuin te proberen bestrijden (ik heb blijkbaar iets met ‘oogjes’ :-)), van elke soort afrikaantjes een nieuw pakske en ook nog wat rankende oost-indische kers

Witloof

Hebben we het juist dat dit iets is wat weinig in tuinblogs beschreven wordt? Het is anders echt niet zo moeilijk om zelf witloof te kweken. Vorig jaar werden al onze witloofwortels door de woelmuizen verslonden, maar dit jaar hebben ze ze wonderwel laten staan. Met dank aan de Veltbijbel, hier in woord en beeld: hoe kom ik van zaadjes tot mooie witte stronkjes witloof?

Stap 1: U zaait het witloofzaad ter plaatse in rijtjes, op het bed van de wortelgewassen en uien, van half tot eind april of zo (komt niet zo nauw). Behalve voor woelmuizen en koeien moet u van niet veel plagen schrik hebben. Belangrijk is om goed uit te dunnen (op 5-7 cm), anders krijg je sprietenwortels en dus ook sprietenwitloof. U laat het witloof groeien tot in de late herfst.

Stap 2: voor de eerste echte (grond)vorst oogst u de wortels door ze bijvoorbeeld uit te steken met een spade, riek, … Het is niet zo erg als er een stuk van de wortel blijft zitten (ze kunnen heel diep groeien). U kan ze ofwel allemaal tegelijk uitdoen en de wortels die u niet direct wil forceren ingekuild bewaren (dit doen wij dus). Ofwel kan u vanaf half oktober (en tot eind november) om de paar weken een deel nieuwe wortels uitsteken om te forceren, maar dan loop je het risico (zoals met winterprei) dat het ineens begint te vriezen en je niet meer aan je wortels kan. Winterprei kan daar wel tegen, maar witloofwortels niet (volgens de theorie)

(de oogst van dit jaar, 2,5 rij)

Stap 3: U laat de wortels met blad een 5-tal dagen ‘rusten’. Zo kruipen er nog heel wat voedingsstoffen van het blad terug in de wortels, wat nodig is voor het forceren. De wortels mogen niet uitdrogen en niet nat worden, een schuur of kelder is dus ideaal. In het Velt-boek wordt een manier beschreven om het witloof op rijtjes te laten rusten waarbij het loof van de volgende rij de wortels van de eerste rij bedekt. Wij zaten al met het probleem wat je dan met de wortels van de laatste rij doet?

Stap 4: Na het rusten worden de wortels klaargemaakt om in te kuilen of te forceren. Nodig: voor het bewaren een platte bak, voor het forceren een grote emmer, snijmesje, een paar emmers zand, water, en karton.

Het loof wordt op 2-3 cm van de wortel afgesneden, bij dikkere wortels iets hoger, bij dunnere wortels iets lager. Het is absoluut noodzakelijk dat het groeipunt (een puntje van lichtgroene blaadjes in het midden van de bladrozet) behouden blijft, anders krijg je geen krop maar een bundel sprieten. Dit ligt bij dunnere wortels dus lager dan bij dikkere wortels. U kan de penwortel inkorten tot 15cm of zo, dat maakt het gemakkelijker om ze mooi naast elkaar te leggen of om ze te forceren. Ook kleinere zijwortels kunnen weggesneden worden.

Het groeipunt:

Stap 5: De wortels inkuilen om tijdelijk te bewaren kan in zowel in de grond als in een bak met zand. Wij leggen de wortels naast elkaar omgeven door zand (niet extra bevochtigen), nog extra afgedekt met karton, en bewaren ze zo in de kelder. Tegen het einde van de winter durven er al wel eens stronkjes (scheef) beginnen groeien, maar ook die kan je dan nog forceren.

Stap 6: De wortels om direct te forceren gaan rechtop in een grote ton of emmer, omgeven door zand tot aan de bovenkant van de wortel. Goed begieten en vooral heel donker afdekken (met een kartonnen doos of zo).

(Uit dikke wortels komen dikke stronken witloof, uit dunne wortels dunne stronken. Wat moet dit dan niet voor een stronk worden…)

Het werkt het best om ze in een relatief warme omgeving te zetten (kelder kan, maar ook gang, … 12-15 graden zou ideaal zijn). Na een aantal weken zouden er mooie witte kropjes gegroeid moeten zijn die je kan afsnijden en verwerken in allerlei lekkere gerechten. En dan kan de volgende lading wortels geforceerd worden, de hele winter lang. Hmmm!

Stokje: waar komt het toch vandaan? Deel 1

We gaan eens aan een stokje meedoen (ook al hebben we er belange geen tijd voor). Want het is wel een super leuk stokje. Twee verhalen die samenkomen en één verhaal gaan vormen, en dat hopelijk nog een lang vervolg krijgt (maar daar ziet het wel naar uit met Linde die te pas en te onpas voor koe studeert).

Hoe begon het bij mevrouw Buikberg, waar komen die tuinkriebels vandaan? Wel, eigenlijk uit het niets. Echt waar. Want mevrouw Buikberg is een echt stadskind, van de randstad-bij-de-enige-grootstad-van-Vlaanderen (nee, dit vind ik zelf niet, het is wat er gezegd wordt ;-)). Hoewel. De vroegste tuinherinneringen dateren van huis 2 waar mevrouw Buikberg gewoond heeft. In huis 1 was ze te klein voor veel tastbare herinneringen en vermits ze het eerste en tweede verdiep bewoonde was er ook geen tuin. In huis 2 daarentegen, was er een gigantische tuin (toch naar stadsnormen). Of beter, een gigantische woestenij. De tuin liep van de ene zijstraat helemaal door tot de volgende zijstraat, ik zou de afmetingen eens moeten navragen maar als kind was het dus echt gigantisch. Vlak achter het huis was er een eerste klein stukje tuin, met een katjeswilg, een sering, een tuinhuis, nog een boom, en ik veronderstel iets beter onderhouden dan het achterste deel (mijn herinnering laat me totaal in de steek wat dit betreft). Dat achterste deel was dus groot, en woest, met heuvels (bergen dus ;-)), met brandnetels metershoog en ander onkruid. Mijn ouders hadden geen moestuinkriebels. Mijn mama heeft wel siertuinkriebels, maar toen waarschijnlijk iets te weinig tijd dankzij ons drie koters om heel dat achterste stuk te onderhouden en aan te leggen. Er is een jaar patatten geplant geweest, waarbij tijdens het rooien een duivel uit de reuzenstoet die in de straat achter het poortje langs trok, mijn vader de stuipen op het lijf heeft gejaagd. Of de opbrengst ook groot was, geen idee. We speelden het liefst in dat achterste deel, dat weet ik nog. Rondcrossen met onze fietskes, schuilplaatsen en kampen maken in de woestenij. En dat wel, met het oog op de buurman zijn perfect aangelegde moestuin. Toen 3/4 van die grote tuin onteigend werd voor flatgebouwen die in de parallelle straat gebouwd zouden worden, gingen mijn ouders op zoek naar een ander (huur)huis (het moet hen toch ook wat gedaan hebben, die leuke speel-tuin die zou verdwijnen – het huis was echter ook niet alles, dus de zoektocht naar beter werd waarschijnlijk snel aangevat). Vaag herinner ik mij nog een gesprek hierover aan de keukentafel ’s avonds en dat wij, de kinderen, alleszins heel boos waren om zoveel bouw-barbarij.

Ongeveer tegelijkertijd begon de kampeerliefde en buiten-speel-liefde als ‘elfje’ bij de plaatselijke scoutsgroep. Want dat staat vast: mijn scoutstijd is zeker mee verantwoordelijk voor mijn natuur- en buitenliefde. Binnen- en buitenactiviteiten wisselden elkaar af, we trotseerden kou, regen en wind. Het jaarlijkse kamp was echt een hoogtepunt, zeker vanaf we in tenten mochten slapen op een Ardense wei, omgeven door bos en liefst met een riviertje aan het terrein. Zelf ons potje koken op een zelfgemaakt houtvuur met zelfgezocht brandhout (ook als het regende), greppeltjes graven bij noodweer, op de HUDO gaan ‘patrouillekakken’ (ja, we waren tot mijn 15 jaar een meisjesgroep, en dan zijn zo’n dingen plezant. Vanaf we gemengd waren deden we dat niet meer… toch een andere sfeer. Maar ook plezant hoor.), koukleumend eten aan de gesjorde tafel in de shelter onder de kleren-die-niet-droog-geraken-na-8-dagen-regen, of juist ’s morgens om 7u de tent uitvluchten voor de brandende zon en de hele dag doorbrengen in het riviertje, inclusief modderbad en saunatent achterna. Bosspelen bij de vleet, tweedaagsestaptochten (die langs een snoepwinkel of frituur MOESTEN passeren), laat genieten aan het kampvuur, sterrenhemels ontleden, totemisatie met natuurproeven, … Het doet bijna pijn om al die mooie herinneringen weer op te rakelen, en ik hoop echt dat Linde en de andere kindjes het jeugdbewegingsleven en buitenleven even veel gaan waarderen als ik altijd gedaan heb.

Maar intussen woonden we dus in huis 3. Een groter en beter huis, met gelukkig opnieuw een redelijk grote tuin. De tuin van een hobby-moestuinier (die zelf verhuisde naar een grote oude boerderij met veel tuingrond rond – het waren kennissen van… de jeugdbeweging, jawel (en de parochie waar mama toen nog achtief was)). Achteraan een kippenhok,en een moestuin. En omdat het huis naast ons ook van die mensen was, en daar een (toen al) oude mevrouw woonde op het gelijkvloers die genoeg had aan een mini-grasperkje om in de zomer even buiten te kunnen zitten, mochten wij ook gebruik maken van het grootste deel van hun tuin. Dat was een grasveldje, waar we dus goed konden sjotten. Achteraan de tuin was er opnieuw een doorgang naar de zijstraat haaks op onze straat. En dat was via een zwaar verwaarloosd stuk bouwgrond. Je kunt het al raden waar we het liefst speelden… (ook al mocht het niet van mama ;-)). Via dat stuk bouwgrond konden we immers bij de buurkinderen-van-2-huizen-verder geraken omdat alle tuinpoortjes op dat stuk bouwgrond uitkwamen. We speelden heel vaak samen in de woestenij, vooral omdat er daar een oude kever (auto welteverstaan) lag te vergaan. Achteraf gezien begrijp ik mijn moeder heel goed dat we daar niet mochten spelen van haar, want dat ding was een roestig wrak met veel scherpe uitsteeksels enzo. Maar we hadden er wel erg veel plezier. De tuin van huis 3 heeft gedurende de jaren een ware metamorfose ondergaan. Het kippenhok verdween bijna direct (het stonk ook echt wel, herinner ik mij), in de moestuin hebben nog een keer tomaten gestaan en ik herinner mij ook een keer aardappelen en dat we heel even een eigen stukje moestuin hadden voor de kinderen (ten tijde van de tomaten denk ik). Maar al snel werd het een stukje gras met een border sierplanten erlangs. Ik heb nog met papa mee het terras aangelegd, het tuinhuis gezet. Er is even een kruidentuin geweest dicht bij het huis, waardoor ik mij alras in kruidenboeken begon te verdiepen. Maar intussen is het gras, (vlinder)struikjes en rozen, bloemenborders, en enkele jaren geleden is ook het stuk tuin van de buren terug ‘hun tuin’ geworden vermits wij toch niet meer voetbalden, al bijna uit huis zijnde. De bouwgrond achter de tuin is op een gegeven moment ook verkocht en bebouwd geraakt (waar we weer boos om waren, niet dat we toen nog veel daar speelden maar vooral omdat we onze achterdoorgang naar de tuin kwijt waren en nu met de fietsen telkens door het huis moesten).

Door mijn broers allergieën hebben we nooit huisdieren gehad op een paaskiekske na. Grote interesse in dieren is er nergens geweest in mijn jeugd, denk ik. Behalve dan oorwormen verdelgen met deodorant en het wereldkampioenschap wespen-in-een-fles-zoetigheid-vangen op scoutskamp.

Moraal van dit verhaal? Van mijn ouders komt het niet :-). Ik weet dus pertinent zeker dat de mama van mevrouw Buikberg zich ook met de regelmaat van de klok afvraagt waar ze zo’n bizarre dochter vandaan heeft. Van mijn grootouders ook niet: moeke woonde altijd in huis-met-koer in ‘de stad’ en nadien op appartementjes. Ze ging wel heel graag en vaak naar ‘de Zoo’. Bomma en bompa hebben een normale stadsbuitenwijktuin aan hun huis, maar hetzelfde als bij ons thuis nu: grasveldje, sierbloemenborders (bomma werkt ook wel – nog altijd – graag in de tuin). Overgrootouders of nog verder: geen idee, maar ik vermoed van niet.

Tot ik in de Redingenstraat op gemeenschapshuis ging, was er van tuinkriebels enkel heel erg onderhuids sprake. Natuurliefde, dat wel, hoe woester en primitiever, hoe liever. De eerste vakanties met meneer Buikberg waren dan ook kampeertrektochten: even het samen reizen aftasten in de Ardennen (waar we wel wild gekampeerd hebben :-)), daarna verschillende GR’s uitgeprobeerd, van Ieper naar Étretat via de Franse westkust, de westkust van Ierland, het eiland Mull in Schotland (hm, we hebben wel iets met -woeste- westkusten precies). Het kleine smeulende kooltje van mijn (moes)tuin-boerderijliefde kent maar één aanblazer vrees ik: meneer Buikberg himself 🙂 (en zijn familiale achtergrond). Maar dat, en dat gemeenschapshuis met mini-tuintje, is al deel van het gezamenlijk verhaal. Eerst moet meneer Buikberg nog vertellen tot hier ;-).

Zondag rustdag

Voor het eerst in twee maanden hadden we eens een zondag geen verplichtingen. Geen familiefeest, geen uitstap, geen bezoekje   hier of daar. Gewoon rust. En wat gebeurt er dan? Het was de productiefste zondag in tijden :-).

Er werd oa. begonnen met de inspectie en de winteropkuis van de moestuin. De twee bedden die dit jaar wegens tijdsgebrek niet gebruikt zijn krijgen opnieuw karton, en alle bedden waar geen overwinterende groenten op staan mulch (hooi – onze koeien werden helemaal gek van zoveel voederverspilling).

We konden nu eindelijk eens zien welke pompoensoorten dit jaar in onze ‘verrassingsmix’ zaten (allemaal relatief kleine soorten, ofwel ligt het eraan dat onze plantjes eigenlijk nooit heel groot geworden zijn).

De physalis is voor het eerst geslaagd, niet alleen enorm gegroeid maar hij draagt ook heel veel vruchtjes (wanneer is zoiets rijp??).

De zonnebloemen bloeien rustig verder (nu pas, maar ze waren dan ook weer rijkelijk te laat uitgeplant). Meneer/mevrouw Woelmuis lijkt vertrokken te zijn, en heeft wonder boven wonder het witloof heel gelaten, ook de meeste knolselders, er zijn zelfs nog warmoes en worteltjes over… Tegen dat de eerste nachtvorst eraan komt gaat dat allemaal uit de grond en op de juiste winterplek (diepvries, ton met zand, in de kelder, …).

Er werden een hoop brandnetels aan de koeien gevoederd (nog steeds op zoek naar een woekeraar die het iets minder snel doet maar wel even krachtig) waardoor de aardbeiplantjes weer wat lucht hebben (de nieuwe plantjes zijn allemaal goed geworteld met dank aan het herfstige zomerweer) en het eerste deel van de doodzieke tomatenplanten werd afgevoerd (plaag). Jammer, want er hangen nog zo veel onrijpe tomaten aan, maar zelfs als we ze binnen verder laten afrijpen worden ze helemaal slecht bij het kleuren. Eigenlijk zouden we eens een jaar of twee geen tomaten moeten zetten om de plaag onder de duim te krijgen, maar dat is ook zonde.

Er is verder nog heel wat werk te doen, maar gelukkig geven ze de komende dagen eens niet heel slecht weer uit.

Er werd ook nog eens creatief gekookt ‘op zijn Lukemiekes’ (ofwel, wat meer ‘side-dish’ dan enkel patat-groente-vlees), maar dan wel met een vleesje erbij. Risotto met prei, een klassiek knolselderslaatje en een stukje Marcel-roti. Mmm.

Daar eindigden de kookkunsten zelfs niet mee, want vermits de peren eindelijk wat rijper zijn kon de perentaart van huize onderdeappelboom eens getest worden. Het was een vereenvoudigde versie – als je pas op zondagmiddag bedenkt om iets te bakken, en je blijkt een heel deel ingrediënten niet in huis te hebben, dan is er weinig meer aan te doen – maar toch erg lekker!

Mevrouw buikberg hield zich ondertussen ook bezig met een hoop achterstallig huishoudwerk (de was en de plas) en vond zelfs nog een gaatje voor haar baas, meneer buikberg legde een stuk dak toe en repareerde een auto, en jongejuffrouw deed iets met schroevedraaiers, een autosleutel, lege flesjes icetea, de stofzuiger en het verhuizen van haar stoel. Toch gemakkelijk dat ze zichzelf zo goed kan bezig houden ;-).

En toen was de zondag om… Maar gelukkig is de volgende weer een rustdag (en hopelijk even zonnig).

Oogst

Nee, we doen niet mee met het opbod, dus geen foto’s van alles wat we de laatste weken geoogst hebben ;-). Dat doen we zowiezo ‘met mondjesmaat’, ofwel, enkel hetgeen dringend af moet – zoals boontjes – of wat we ook effectief gaan eten – bijvoorbeeld één reuze-rodebiet. Maar deze wilden we jullie toch niet onthouden: het is echt drie jaar geleden of zo dat we nog zo’n goede worteloogst gehad hebben! (en dat ondanks het feit dat de koeien ze een keer kortgewiekt hebben onder de draad door)

(Dit is enkel voor één maaltijd hoor, zo zijn er dus nog wel een stuk of 30 denk ik :-).)

Boodschap voor de heer/mevrouw woelmuis

Beste mijnheer of mevrouw woelmuis,

voor het tweede jaar op rij mag u een stukje van onze moestuin kraken, want het is immers gratis en voor niks dat we u daar laten wonen. Wij doen dat gaarne, want wij werken graag mee aan de biodiversiteit. Natuurlijke tuinen enzo, niet te strak geknipt en gemaaid, ge kent dat wel.  Maar, blijkbaar hebben we vorig jaar toch niet zo’n goede afspraken gemaakt omtrent uw verblijf op onze eigendom. Want nu bent u weer begonnen met onze warmoes van onderuit af te vreten (blijkbaar lust u enkel de wortel, een beetje zindelijk…), idem voor de jonge worteltjes. Maar daarbij vergeet u dat als u de wortel opvreet, ook de rest boven de grond voor ons verloren gaat. Ook in de erwtjes treffen we u ’s avonds, zelfs als het nog licht is, onder luiddruchtig gevroet en gesmak aan. Maar dat is niet zo erg want die zijn toch al verdroogd. Naar we vorig jaar hebben kunnen bemerken lust u ook zeer graag het inwendige van knolselders, venkelwortels, en zullen de kolen uw vraatzucht misschien ook niet overleven. Ja, u hebt wel bijzonder veel honger om zo’n klein beestje te zijn.

Maar we willen u dus wijzen op een probleem, en zouden willen vragen om niet alleen aan uw eigen maag maar ook aan die van ons te denken. Want wat u opvreet, kunnen wij niet meer opeten. En we hebben nu een babymaag die op tijd en stond gevuld moet worden met gezonde groensels, anders volgt er een bleitconcert (en dat wil u niet meemaken, nee, echt niet). We steken daar ook veel vrije tijd en spierkracht in, om onze moestuin aan te planten en toch ook een beetje te onderhouden. Niet gemakkelijk om keuzes te maken, want onze vrije tijd is schaars en er moet nog wel meer gebeuren dan enkel groentjes zaaien, planten en oogsten. We kunnen zelfs het onkruid niet te baas.

En daarom wilden we u om een gunst vragen. Of niet echt een gunst, meer een niet meer dan correcte afspraak. U mag gerust in onze moestuin blijven wonen en alles ondergraven, maar zou u dan alstublieft zich aan het onkruid te goed willen doen in plaats van aan onze groentes? We vragen het zeer beleefd, want we weten uit de ervaring van vorig jaar dat u met geen stokken weg te krijgen bent (geen rammelende blikjes op metalen staven, geen muizevallen met allerlei zoetige lekkerheid, geen kaas, en zelfs geen vergif speciaal voor uw soort bestemd). Van het onkruid is er meer dan genoeg – brandnetelwortels moeten toch bijzonder lekker zijn om op te knagen? – en wij lusten dat niet zo graag. Ook een beetje zindelijk ja. Maar voor u kan dat toch niet echt een probleem zijn. Eerlijk delen, daar zijn wij ook wel van, en vermits u bij ons te gast bent zouden we dat ook graag van u zien. Afgesproken?

Met veel welachting en vriendelijke zomerse groeten,

familie Buikberg

Wij zijn blij…

… Met ons beetje bloemenwei!

(story: ik kocht drie jaar geleden heel wat pakjes akkerbloemenzaad om zelf een mengsel te maken, vanuit de hoop dat we dat najaar konden beginnen met de tuin aan te leggen. Jammer genoeg was dat akkerbloemenzaad drie jaar later over datum… dus had ik het maar na de grondwerken op een paar van de braakliggende stukken uitgestrooid, op hoop van zegen. Met succes dus! Dat ze zich nu maar snel uitzaaien zodat we overal mooie bloemetjes krijgen!)

… Dat de familie zwaluw weer een nest jonkies heeft grootgebracht en ons de hele dag door entertaint met hun capriolen! (en we zijn minder blij met het feit dat ze echt wel alles ondersch*ten, in de kelder, op het erf, de ramen, in de auto als we het raampje vergeten toe te doen, … Wanneer begint de trek?)

… Met onze eerste erwtjes!

(ok, bij sommigen zijn ze al op, maar hier begint het nu dus eindelijk. En uit ervaring weten we dat het vanaf nu hard gaat gaan en we het oogsten amper gaan kunnen bijhouden …)

… Dat we zoveel brambozen hebben!

(eigenlijk heet het officieel ‘doornloze braam’, maar het ziet er echt uit als een kruising tussen braambes en framboos: brambozen dus. Ze moeten wel heel goed rijp zijn om een beetje door te smaken.)

… Dat meneer Buikberg zijn kersensappersinstallatie zijn werk heeft gedaan!

… Dat de boontjes de grond in geraakt zijn! (nog op het lijstje: peultjes als herfstteelt (experiment), winterprei, savooien en boerenkolen uitplanten, en dan nog enkele herfstgroenten zoals andijvie, late venkel, late sla, enz. En veeeeeel onkruid uitdoen)

(foto)

… Dat de phacelia een bijenparadijs is, en dat we tussen het onkruid overal uitgezaaide phacelia terugvinden, en dille, en citroenmelisse, en munt, … (de bieslook zijn we even kwijt, komt wel weer boven water… euh, het onkruid uit). En ook dat we toch heel wat vlinders spotten, het lijken er meer dan vorig jaar (geen objectieve gegevens). We kennen er niets van, maar al zeker grote en kleine koolwitjes en een aantal verschillende soorten bruine/oranje-met-zwarte-vlekjes. Jammer dat we de distels (op politiebevel, jawel) verder moeten sikkelen, ze zitten vol met bladluizen, lieveheersbeestjes en vlinders allerlei.

… Dat de weides echt wel beginnen te verschralen en er daardoor bijzonder mooie grassen en bloemetjes opduiken!

… Dat het overal bloeit (de salie, de oregano, de rozen, de clematis, de lavendel,…)

… Dat meneer Buikberg op het lumineuze idee kwam om zelf een rozenazijn-wasverzachter te maken voor de luiers!

… Dat het bijna vakantie is en we oppas voor onze kuikentjes gevonden hebben!

(foto)

Warm

Dan heb je eens tijd, dan is het weer veel te warm om in de moestuin te werken. En het hooi binnen te halen (gelukkig nog geen onweer op komst, dat is de eerste keer in vier jaar tijd :-)). Dan nodig je maar veel bezoek uit om lekker te komen eten enzo. En dan pluk je de laatste kersen. En bouw je een eigengemaakte fruitpers. En dan koop je twee schaapjes. En zo besteed je de tijd dan toch een beetje nuttig.